
| Haute Route (Chamonix => Zermatt) |
| Ons verhaal begint
einde juli
1994,
waar 8 mensen het plan smeden om de twee hoofdplaatsen in de Alpen voor alpinisten
(Chamonix & Zermatt) te verbinden.
Deze tocht werd voor het eerst te voet ondernomen in 1861 door leden van de Alpenclub Londen. Nu wordt deze route meer in de winter gedaan met toerski's. Ondertussen is er zelfs een "Haute Route" voor wandelaars. Meer info: klik hier. De Haute Route is op technisch gebied geen moeilijke tocht, toch moet men ervaring hebben met klimmen op grote hoogten en alle alpiene technieken onder de knie hebben (oriëntatie, reddingstechnieken, weerkunde, ...) om de eigen veiligheid te garanderen. Er bestaan heel wat varianten op deze route. Zelfs eentje die een verlengstuk heeft tot Saas Fee. Het hoogteverschil bedraagt 10.000m en er worden zo'n 23 gletsjers overgestoken, de ene is een skipiste, de andere is een groot "wasbord". Maar waarom is de Haute Route nu juist zo populair? De Haute Route verbindt twee belangrijke plaatsen in de Alpen. Chamonix, hoofdplaats van het Franse alpinisme en gelegen in het hart van de Franse Alpen onder de Mont-Blanc. En Zermatt, het legendarische dorp onder de Matterhorn waar klimgeschiedenis werd geschreven. Tussen deze twee plaatsen ligt een prachtig stukje Alpen met unieke toppen. Het is tien dagen genieten.
Iedereen krijgt zo zijn taak: Rik zorgt voor het eten, David voor de reservaties, JP zoekt en vindt de ideale verzekering (VBF, nu KBF), Kristin geeft EHBO-cursus en helpt me bij de administratie. Zelf ben ik verantwoordelijk voor de route. Ik koop alle stafkaarten en laat me leiden door Peter Cliffs boekje over de Haute Route.
Een deeltje van ons routeschema.
Tom, Nick en Dirk zullen ons komen bevoorraden in Cabane des Vignettes.
Ieder is zelf verantwoordelijk om de conditie op een goed peil te brengen. We trekken een aantal keer samen naar de Dave om te rotsklimmen en onze touwtechnieken in te oefenen.
Na een jaar zwoegen, vertrekken we per trein naar Chamonix.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Verslag
van Wim Roelants
zaterdag 1 juli 1995 - Turnhout => Le Tour We vertrekken met de trein in Berchem om 18u25. De wet van Murphy vindt hier al zijn eerste toepassing: bij het opstappen op de trein breekt de gesp van mijn buikriem in twee. Ramp, o ramp, wat nu gedaan? Rond middernacht moeten we met de metro naar de andere kant van Parijs om daar een slaaptrein naar Chamonix te nemen. Deze nachtelijke overstap doen we gewapend met pickel en stijgijzers, je weet maar nooit onder Parijs. zondag 2 juli - Le Tour (1460m) => Refuge Albert I (2702m) Met Jeroen en een Amerikaan, die ook op de trein zat, stap ik af in Chamonix om een nieuwe gesp te zoeken terwijl de rest al naar Argentière doorreist. We hebben geluk: in heel Chamonix is er nog precies één gesp te vinden!
Van Argentière gaat het met de bus naar Le Tour. Dan wordt het stilletjes tijd om onze tocht te beginnen, maar Murphy blijft ons achtervolgen: het is slecht weer en we zijn genoodzaakt onze plannen reeds te veranderen. Resultaat: tien minuten later zitten we in een zetel die aan een stalen kabel hangt. De lift brengt ons naar Les Balmes (2300m). Nu moeten we nog ongeveer 400 m. stijgen naar Refuge Albert I (2702m). Het pad naar de hut is volledig bedekt met sneeuw en maakt onze inloop zeer vermoeiend.
Refuge Albert I Na een heerlijke maaltijd en enkele génépi's, legt de gardien ons de geschiedenis van zijn hut uit, die koning Albert I liet bouwen. Met enige fierheid kruipen we vroeg in bed. Morgen wordt het een zware dag.
maandag 3 juli - Refuge Albert I (2702m) => Col du Tour (3281m) We staan op om 04.00u en gaan direct buiten kijken wat voor weer het is, tot onze grootste ergernis is het zwaar bewolkt en het onweert. Iedereen gaat dus maar terug slapen behalve Jeroen, die wakker blijft om het weer in het oog te houden. Rond 09.30u worden we gewekt, er is een opklaring en we besluiten te vertrekken. Na nog geen kwartier begint het terug te hagelen, sneeuwen en waaien. Van dit weer kunnen we nog de rest van de dag genieten. We trekken over Glacier du Tour richting Col du Tour (3281m.). Hierboven is het bijna onmogelijk recht te blijven staan, enkelen worden gewoon omver geblazen. Het is te gevaarlijk om de 20 meter lange sneeuwgraat, die ons scheidt van de col, te overbruggen. Daarom besluiten we terug naar de hut te gaan. Tijdens de afdaling hebben we wind op kop, zelfs met een gletsjerbril is het moeilijk om iets te zien. Opletten is hier de boodschap want rechts van ons ligt een diepe afgrond, links een klovenveld. Zo bereiken we na enkele uren de hut, heel de namiddag blijft het ongelooflijk str...weer! Morgen gaan we opnieuw proberen, maar via Col Supérieur du Tour. De klim naar deze col is steiler maar wel minder ver.
dinsdag 4 juli - Refuge Albert I (2702m) => Col Supérieur du Tour (3288m) => Cabane du Trient (3170m) => Cabane d'Orny (2831m) => Champex (1470m)
Plots komt er een kleine opklaring, net lang genoeg om ons exact te oriënteren met het kompas en de hoogtemeter en om te zien waar we verkeerd zaten: een mega-sérac, waar je beter wegblijft. De klim naar de col (3288m) is behoorlijk steil en vermoeiend. Boven moeten we ons door een smal gangetje wurmen; dit is de grens tussen Frankrijk en Zwitserland. Hier genieten we van een uitgebreide pauze, die hebben we nu wel verdiend! Achter ons ligt nu de steile afgrond naar Frankrijk, voor ons de zacht glooiende hellingen van plateau du Trient. Ik bestudeer samen met Jeroen de kaart, want in dit plateau ligt ergens een groot klovenveld! We zullen na een tijdje stoppen om onze positie te bepalen. Zo, we kunnen vertrekken. Zo gezegd, zo gedaan: na een tijdje houdt Jeroen halt, Kristin parkeert onze touwgroep ernaast en we bepalen onze positie. "Waar ligt het klovenveld, mijnheer Caers?" "Exact 1 meter naar rechts, mijnheer Roelants!" "Dank u, mijnheer Caers." Zo gaat de tocht gestaag verder. Na een tijdje passeren we Cabane du Trient (3170m); we brengen haar geen bezoek maar gaan direct door naar Cabane d'Orny, die bevorderd wordt tot onze picknickplaats. Het is nu ongeveer 13u00 en we zijn ongeveer zeven uur onderweg. Na de middagpauze dalen we af naar Champex. Eerst gaat het nog vrij vlot: op de sneeuw dalen we in 1 uur tijd 1000 meter af. Daarna begint de misérie: volgens mij het walgelijkste paadje van heel West-Europa. Na enkele uren bereiken we Champex, waar we tijd nemen voor een pintje aan het lac vooraleer de bus ons naar Bourg-St.-Pierre brengt. Hier zullen we overnachten in een dortoir van Hôtel du Cret. Na een overvloedige maaltijd en een heerlijke massage, duiken we moe in onze bedjes.
woensdag 5 juli - Bourg-St-Pierre (1632m) => Cabane de Valsorey (3037m) We slapen uit tot 10.00u en daarna gaan we ons te buiten aan een uitgebreid ontbijt (met croissants). Rond 11.30u vertrekken we, uitgewuifd door een bus uitbundige Italianen, naar Cabane de Valsorey. Heel de dag lopen we in de gietende regen. Ik kan zonder problemen tweehonderd dingen opsommen die plezanter zijn! Na een steile sneeuwhelling bereiken we de cabane (3037m).
Op zo'n dag als deze kan je toch nog geluk hebben: op een Hollands gezinnetje na zijn we de enigen in de hut. Jeroen bekijkt samen met David en JP de route. Er komen heel wat stafkaarten aan te pas. Morgen staat ons de zwaarste en de moeilijkste dag van de Haute-Route te wachten, met enkele cruciale passages. Het weer ziet er slecht uit, wat zal het morgen worden?
donderdag 6 juli - Cabane de Valsorey (3037m) => Plateau du Couloir (3645 m) => Col du Sonadon (3504m) => Cabane de Chanrion (2462 m) Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan dankzij Jeroen, Jeroen niet dankzij mij (...zegt hij?!). We kruipen uit ons "bed" om 4.00u en na een half uurtje vertrekken we, het is eindelijk uitzonderlijk goed weer!
Jef Proost op weg naar Plateau du Couloir. Rechtsboven vangt de Mont Blanc de eerste zonnestralen op. We klimmen naar Plateau du Couloir, de sneeuw vlak na de hut is vrij goed, maar het wordt steiler en we moeten door enkele lawinekegels. Dan bereiken we een rotsband waar we over moeten. De rotsen zijn verijsd, het is echt niet simpel om hier over te geraken. Op een moeilijk stukje moet ik samen met David treetjes kappen. Met een helpende hand van JP bereiken we de bovenkant van de rotspartij. Aan dit stukje heb ik twee bevroren vingers te danken. Nog een steile sneeuwtraverse scheidt ons van de col. De laatste twee meter vragen nog wat extra aandacht. We moeten een loodrecht sneeuwmuurtje overwinnen; als we hier wegschuiven komen we zo'n vierhonderd meter lager terecht.
Rik Geeraerts juist onder Plateau du Couloir. 2de touwgroep volgt in de achtergrond. De zon schijnt heerlijk en iedereen is nog niet weinig opgelucht, we staan op de col. Enkele tientallen meters boven ons ligt Refuge Biagio Musso.
Na twee steile afdalingen, een val van Ruud en een lastige randkloof, bereiken we Glacier du Sonadon. We lopen hier pal onder de zuidwand van de Grand Combin, die regelmatig een lawine in onze richting gooit (steeds een reëel gevaar tijdens de Haute Route). Er is geen zuchtje wind en het is broeierig heet. Na een korte maar vermoeiende klim (we zakken een halve meter in de sneeuw) bereiken we Col du Sonadon (3504m). Dit is de poort naar de gevaarlijke Glacier Mont Durand. Deze gletsjer bestaat bovenaan uit twee enorm grote klovenvelden met tussen deze twee een doorgang van ongeveer 15 meter breed, waar weinig kloven liggen. Het is zeer belangrijk deze doorgang te vinden. We draaien teveel rechts en we ondervinden al snel dat we verkeerd zitten. We proberen meer links en we vinden de doorgang. Hier traverseren we naar rechts en dalen naast het tweede klovenveld af. Onderaan dit klovenveld zien we pas hoe cruciaal de traversee op 3300 meter is. We dalen verder zonder problemen af en verlaten de gletsjer op ongeveer 2700 meter. We gaan verder over iets dat vroeger een pad was, steken beneden de rivier over en stijgen terug 300 meter tot de Cabane de Chanrion (2462m).
Glacier Mont Durnad
Jeroen. Juist voorbij de gevaarlijke breukzone van de gletsjer. Mijmerend naar wat nog komen gaat. Nog nooit smaakte Heineken zo goed! Maar dan volgt de desillusie: in de hut is het koud en ongezellig, het eten stinkt en de gardien is ongelooflijk slecht gezind. Van de sfeer die we (onder leiding van JP) de vorige avonden teweegbrachten is niets meer te merken. We gaan dus ook om 21.00u slapen, zodat we van niks last meer hebben. vrijdag 7 juli - Cabane de Chanrion (2462m) => Cabane des Vignettes (3157m) Na de zware dag van gisteren komen we pas omstreeks 07u00 boven water; we hebben tien uur lang geslapen. Na een week muesli willen we nu ook eens een echt ontbijt. JP wordt ingeschakeld en met een beetje ruilhandel kunnen we ons achten met slechts vier ontbijten vol eten. We krijgen zelfs een stuk raclettekaas toegeschoven. Rond 08u30 zijn we eindelijk weg. Eerst volgen we een zandweg, later kruipen we over het morenepuin naar de voet van de Glacier d'Otemma. Na vele uren vals plat bereiken we Col de Chermotane (3053m). Nog een kort klimmetje en een korte traverse op de flank van de Pigne d'Arolla en we staan op de Col des Vignettes (3156m). Hier worden we verwelkomd door Tom, Dirk, Nick en 15 kg ontbijt.
Nu duiken er verschillende problemen op. De armen van Jef zijn zwaar verbrand en hij moet naar de dokter in Arolla. Rik en Ruud zullen hem hierbij vergezellen en klimmen overmorgen van Arolla naar Cabane de Bertol. Ook wij hebben een probleem. Om een of andere reden is Cabane de Bertol niet gereserveerd, er slapen daar morgen 115 mensen op 85 matrassen horen we de gardien van de Bertol via de telefoon zeggen. Daarom lassen we een rustdag in.
zaterdag 8 juli - Cabane des Vignettes (3157m) => L'Evêque (3716m)
zondag 9 juli - Cabane des Vignettes (3157m) => Cabane de Bertol (3311m) We staan om 02u45 op en zoals gevraagd heeft de gardien voor ons een thermos heet water klaargezet. Een uurtje later vertrekken we dan. We dalen eerst af naar Col de Chermotane, van hier volgen we Glacier du Mont-Collon naar Col de l'Evêque. We worden om 07u00 verwelkomd door een stralende ochtendzon.
Tijdens de afdaling naar de Haut Glacier d'Arolla moeten we over enkele gigantische crevassen.
Afdaling naar Haut Glacier d'Arolla De Haut Glacier zelf ligt er maar vuil bij, hij staat vol met meetpaaltjes van de mensen van de universiteit van Camebridge. Regelmatig zak je tot je knieën weg in een gletsjerriviertje. Op ongeveer 2500 meter verlaten we de gletsjer en klimmen we over het morenepuin naar Plan de Bertol (2664 m) en om 12u00 bereiken we Cabane de Bertol. Vandaag slapen er slechts dertig mensen in de hut. Het is hier zalig kalm, de Dent Blanche, Matterhorn en Dent D'Hérens liggen vlak voor ons. 's Avonds genieten we van een prachtige zonsondergang.
maandag 10 juli - Cabane de Bertol (331m) => Tête Blanche (3724m) => Schönbielhütte (2694m) => Zermatt (1620m)
4.00u, beddenbak Cabane de Bertol.
Jeroen neemt hier het commando terug over en we dalen af via de Stockigletsjer. Zelfs de laatste dag moet er hard opgelet worden, we passeren namelijk ongelooflijk veel kloven. Via een steile sneeuwhelling bereiken we de Tiefmattengletsjer en na nog een tijdje staan we op de Zmuttgletsjer, deze verlaten we op ongeveer 2500 meter. Hier moeten we een steile morenehelling opklauteren en zo komen we in de Schönbielhütte (2694m).
Nog even rusten voor de Tête Blanche. Deze foto typeert de evolutie in de klimsport. Mijn lederen bergschoenen met zware stijgijzers, mijn klimbroek (zelfgemaakt door mijn moeder om mijn weinige spaarcentjes veilig te stellen), werkhandschoenen, één van de eerste fleecetruien (warm maar zonder windstopper), integraalgordel, grote rugzak en één van de eerste PETZL-lampen. . Jeroen en Wim schudden de hand op de top van de Tête Blanche. In de hut wilden we een soepje drinken maar de dochter van de gardien voelt er niet veel voor om dat voor ons klaar te maken. We hebben al voor hetere vuren gestaan. JP wordt in de keuken gepland en tien minuten later eten we heerlijke tomatensoep.
De laatste meters (met JP voorop) naar de Schönbielhütte Na de lunch gaat iedereen op eigen tempo naar Zermatt, daar spreken we af aan de kerk. Rond 15u00 zijn we allen ter plekke. We hebben het gehaald!
Als beloning voor onszelf laten we vanuit het plaatselijke winkeltje een grote hoeveelheid bier aanrukken. Tja, de meesten van ons zijn studenten (gemiddelde leeftijd van de groep bedraagt 24), hebben twee maanden examens en een zware Haute Route achter de rug. Het is niet verwonderlijk dat we allemaal "lichtjes aangeschoten" op de trein naar Stalden zaten.
Zaterdag, 22 julli ontmoet ik Wim terug om de Strahlhorn (4190m) te beklimmen.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:
Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom! Gewoon even mailen!
Copyright © 1998 - 2008 Jeroen Caers Laatste update: 30 maart 2010 |