Haute Route (Chamonix => Zermatt)

   

Ons verhaal begint einde juli 1994, waar 8 mensen het plan smeden om de twee hoofdplaatsen in de Alpen voor alpinisten (Chamonix & Zermatt) te verbinden.

Deze tocht werd voor het eerst te voet ondernomen in 1861 door leden van de Alpenclub Londen. Nu wordt deze route meer in de winter gedaan met toerski's. Ondertussen is er zelfs een "Haute Route" voor wandelaars. Meer info: klik hier. De Haute Route is op technisch gebied geen moeilijke tocht, toch moet men ervaring hebben met klimmen op grote hoogten en alle alpiene technieken onder de knie hebben (oriëntatie, reddingstechnieken, weerkunde, ...) om de eigen veiligheid te garanderen. Er bestaan heel wat varianten op deze route. Zelfs eentje die een verlengstuk heeft tot Saas Fee. Het hoogteverschil bedraagt 10.000m en er worden zo'n 23 gletsjers overgestoken, de ene is een skipiste, de andere is een groot "wasbord".

Maar waarom is de Haute Route nu juist zo populair? De Haute Route verbindt twee belangrijke plaatsen in de Alpen. Chamonix, hoofdplaats van het Franse alpinisme en gelegen in het hart van de Franse Alpen onder de Mont-Blanc. En Zermatt, het legendarische dorp onder de Matterhorn waar klimgeschiedenis werd geschreven. Tussen deze twee plaatsen ligt een prachtig stukje Alpen met unieke toppen. Het is tien dagen genieten.

 

1ste touwgroep       2de touwgroep      
 
Jeroen Caers Rik Geeraerts Jef Proost Ruud Van Puyenbroeck   Kristin Nuyens Wim Roelants Jean Pierre Verbeeck David De Spiegeleire

Iedereen krijgt zo zijn taak: Rik zorgt voor het eten, David voor de reservaties, JP zoekt en vindt de ideale verzekering (VBF, nu KBF), Kristin geeft EHBO-cursus en helpt me bij de administratie.

Zelf ben ik verantwoordelijk voor de route. Ik koop alle stafkaarten en laat me leiden door Peter Cliffs boekje over de Haute Route.

Een deeltje van ons routeschema.

LET OP:

Wij deden deze tocht in 1995 bij zeer goede sneeuwcondities. De route ligt er met de opwarming van onze aarde waarschijnlijk heel anders bij. Ook de foto's zijn waarschijnlijk niet allen meer representatief.

Tom, Nick en Dirk zullen ons komen bevoorraden in Cabane des Vignettes.

 

Ieder is zelf verantwoordelijk om de conditie op een goed peil te brengen. We trekken een aantal keer samen naar de Dave om te rotsklimmen en onze touwtechnieken in te oefenen.

 

Jeroen en Kristin Jeroen

Klimmen in Dave. Van link naar rechts: Tom Vercammen, Nick Lauvrys, Wim Roelants, Kristin Nuyens, Jeroen Caers, Dirk Achten en Rik Geeraerts.

Na een jaar zwoegen, vertrekken we per trein naar Chamonix.

 

Meer info over La Haute Route. Klik hier!

 

Verslag van Wim Roelants

 

zaterdag 1 juli 1995   -   Turnhout => Le Tour

We vertrekken met de trein in Berchem om 18u25. De wet van Murphy vindt hier al zijn eerste toepassing: bij het opstappen op de trein breekt de gesp van mijn buikriem in twee. Ramp, o ramp, wat nu gedaan? Rond middernacht moeten we met de metro naar de andere kant van Parijs om daar een slaaptrein naar Chamonix te nemen. Deze nachtelijke overstap doen we gewapend met pickel en stijgijzers, je weet maar nooit onder Parijs.

zondag 2 juli   -   Le Tour (1460m) => Refuge Albert I (2702m)

Met Jeroen en een Amerikaan, die ook op de trein zat, stap ik af in Chamonix om een nieuwe gesp te zoeken terwijl de rest al naar Argentière doorreist. We hebben geluk: in heel Chamonix is er nog precies één gesp te vinden!

 

Argentière (1200m)

 
Grotere kaart weergeven

Argentière is een Frans stadje dat gesitueerd is in het departement Haute-Savoie. Het maakt deel uit van de commune Chamonix-Mont-Blanc. In de winter is het vooral een skistation en in de zomer trekt het vele wandelaars, die de tour du Mont-Blanc maken. Het stadje wordt gedomineerd door de Argentièregletsjer.

Deze gletsjer ontstaat op ongeveer 3000m hoogte en stroomt naar het stadje Argentière. Het smeltwater wordt opgevangen en via ondergrondse tunnels afgevoerd naar Lac d'Emosson. Ongeveer 100 jaar geleden kwam de gletsjer tot aan het kapelletje van Argentière (1250m). Nu is de gletsjer in twee gescheurd. Het onderste deel komt nog tot 1600m dan is er een rotswand en weer gletsjer op 1900m.

    

Van Argentière gaat het met de bus naar Le Tour. Dan wordt het stilletjes tijd om onze tocht te beginnen, maar Murphy blijft ons achtervolgen: het is slecht weer en we zijn genoodzaakt onze plannen reeds te veranderen. Resultaat: tien minuten later zitten we in een zetel die aan een stalen kabel hangt. De lift brengt ons naar Les Balmes (2300m). Nu moeten we nog ongeveer 400 m. stijgen naar Refuge Albert I (2702m). Het pad naar de hut is volledig bedekt met sneeuw en maakt onze inloop zeer vermoeiend.

Refuge Albert I

Na een heerlijke maaltijd en enkele génépi's, legt de gardien ons de geschiedenis van zijn hut uit, die koning Albert I liet bouwen. Met enige fierheid kruipen we vroeg in bed. Morgen wordt het een zware dag.

Refuge Albert 1er (2706m)

Albert I, Koning van de Belgen vanaf 1909 tot zijn dood in 1934, was een gepassioneerde bergbeklimmer. Door Charles Lefébure, secretaris van de Belgische industrieel Ernest Solvay, werd hij beïnvloed in zijn jeugd door de mystieke aantrekkingskracht die de bergen kunnen uitoefenen. Het was Solvay, die in 1916 fondsen voor de bouw van een noodschuilplaats schonk op de rand van de Hörnligraat op de Matterhorn. De prins begon op 31-jarige leeftijd (in 1905) te klimmen. Samen met gids Albert Supersaxo uit de Saasvallei, maakte hij o.a. een beklimming van de Piz Bernina. In die tijd een buitengewone prestatie. De uitbarsting van de 1ste Wereldoorlog bracht even een einde aan de klimavonturen van Albert I.

Twee jaar na WO I begon Albert terug te klimmen in Zwitserland en Oostenrijk. Hij ontmoette Walter Amstutz, die in 1929 de oudste skirace won te Mürren. Ze werden metgezellen in de bergen tot aan de dood van Albert I.

Refuge Albert I (meer info) werd door de Club Alpin Belge gebouwd in 1930 en kreeg de naam van de koning. Deze hut staat er nog steeds.

Albert voor zijn Refuge Albert I. Opening van de Refuge Albert I (26 augustus 1930). De koning is de 2de van rechts. Eén van mijn meest waardevolle boeken: "Le roi Albert Alpiniste".

17 februari 1934

Koning Albert I klom regelmatig in Marche-les-Dames. Onder andere de klassieke routes zoals "La cheminée Louise" en de "Inaccessible". Théophile Van Dycke, de trouwe kamerheer, begeleidde de koning die dag toevallig. In de namiddag wou de koning van de korte
tijd die hem die dag nog restte gebruik maken voor een paar extra oefeningen. Hij zou na een uurtje terugkomen. Zonder eten, om tijd te winnen, verwijderde de koning zich nadat hij Van Dycke naar een verdere plek stuurde om daar te wachten. Later rond twee uur in de nacht hebben ze het lichaam teruggevonden op de boshelling. Volgens de onderzoekers van de Alpenclub zou de koning bij het verlaten van de rotsen via
het platform nog willen klimmen hebben op de fameuze pijler met de val als gevolg.
Zonder eten, in tijdsnood, zonder begeleiding of zekering en op die rots ... dat roept vragen op. Koning Albert I kende het platform, hij kwam daar regelmatig. Hij kende ook de pijler, een brokkelige, niet gekuiste rots, toevallig een week voor zijn dood door een paar klimmers uitgeprobeerd.

De site wordt een herdenkingsplaats. Tot in de jaren vijftig is het kruis duidelijk zichtbaar en bereikbaar. Tegen de onderkant van de rots, vijftig meter boven het kruis, is een bronzen gedenkplaat van 470 kg. aangebracht.

Kristin Nuyens rust uit op het muurtje van de nieuwe refuge. De houten refuge (onder) is de hut uit 1930 gebouwd door de Club Alpin Belge.    

 

maandag 3 juli   -   Refuge Albert I (2702m) => Col du Tour (3281m)

We staan op om 04.00u en gaan direct buiten kijken wat voor weer het is, tot onze grootste ergernis is het zwaar bewolkt en het onweert. Iedereen gaat dus maar terug slapen behalve Jeroen, die wakker blijft om het weer in het oog te houden.

Rond 09.30u worden we gewekt, er is een opklaring en we besluiten te vertrekken. Na nog geen kwartier begint het terug te hagelen, sneeuwen en waaien. Van dit weer kunnen we nog de rest van de dag genieten. We trekken over Glacier du Tour richting Col du Tour (3281m.). Hierboven is het bijna onmogelijk recht te blijven staan, enkelen worden gewoon omver geblazen. Het is te gevaarlijk om de 20 meter lange sneeuwgraat, die ons scheidt van de col, te overbruggen. Daarom besluiten we terug naar de hut te gaan.

Tijdens de afdaling hebben we wind op kop, zelfs met een gletsjerbril is het moeilijk om iets te zien. Opletten is hier de boodschap want rechts van ons ligt een diepe afgrond, links een klovenveld. Zo bereiken we na enkele uren de hut, heel de namiddag blijft het ongelooflijk str...weer!

Morgen gaan we opnieuw proberen, maar via Col Supérieur du Tour. De klim naar deze col is steiler maar wel minder ver.

 

dinsdag 4 juli   -   Refuge Albert I (2702m) => Col Supérieur du Tour (3288m) => Cabane du Trient (3170m) => Cabane d'Orny (2831m) => Champex (1470m)

Om 05.30u zetten wij als eersten onze bergschoenen in de verse sneeuw, twee gidsen kijken ons na. Een kwartiertje later zien we hoe ze met hun klanten ons spoor volgen. Het sneeuwt niet meer, maar we zien slechts 50 meter ver. Op de gletsjer verliezen we een half uur omdat we te vroeg links afslaan.

Plots komt er een kleine opklaring, net lang genoeg om ons exact te oriënteren met het kompas en de hoogtemeter en om te zien waar we verkeerd zaten: een mega-sérac, waar je beter wegblijft.

De klim naar de col (3288m) is behoorlijk steil en vermoeiend. Boven moeten we ons door een smal gangetje wurmen; dit is de grens tussen Frankrijk en Zwitserland. Hier genieten we van een uitgebreide pauze, die hebben we nu wel verdiend! Achter ons ligt nu de steile afgrond naar Frankrijk, voor ons de zacht glooiende hellingen van plateau du Trient.

Ik bestudeer samen met Jeroen de kaart, want in dit plateau ligt ergens een groot klovenveld! We zullen na een tijdje stoppen om onze positie te bepalen. Zo, we kunnen vertrekken. Zo gezegd, zo gedaan: na een tijdje houdt Jeroen halt, Kristin parkeert onze touwgroep ernaast en we bepalen onze positie. "Waar ligt het klovenveld, mijnheer Caers?" "Exact 1 meter naar rechts, mijnheer Roelants!" "Dank u, mijnheer Caers."

Zo gaat de tocht gestaag verder. Na een tijdje passeren we Cabane du Trient (3170m); we brengen haar geen bezoek maar gaan direct door naar Cabane d'Orny, die bevorderd wordt tot onze picknickplaats. Het is nu ongeveer 13u00 en we zijn ongeveer zeven uur onderweg.

Na de middagpauze dalen we af naar Champex. Eerst gaat het nog vrij vlot: op de sneeuw dalen we in 1 uur tijd 1000 meter af. Daarna begint de misérie: volgens mij het walgelijkste paadje van heel West-Europa.

Na enkele uren bereiken we Champex, waar we tijd nemen voor een pintje aan het lac vooraleer de bus ons naar Bourg-St.-Pierre brengt. Hier zullen we overnachten in een dortoir van Hôtel du Cret. Na een overvloedige maaltijd en een heerlijke massage, duiken we moe in onze bedjes.

Col Supérieur du Tour

Plateau du Trient

woensdag 5 juli   -   Bourg-St-Pierre (1632m) => Cabane de Valsorey (3037m)

We slapen uit tot 10.00u en daarna gaan we ons te buiten aan een uitgebreid ontbijt (met croissants). Rond 11.30u vertrekken we, uitgewuifd door een bus uitbundige Italianen, naar Cabane de Valsorey. Heel de dag lopen we in de gietende regen. Ik kan zonder problemen tweehonderd dingen opsommen die plezanter zijn! Na een steile sneeuwhelling bereiken we de cabane (3037m).

 

Op zo'n dag als deze kan je toch nog geluk hebben: op een Hollands gezinnetje na zijn we de enigen in de hut. Jeroen bekijkt samen met David en JP de route. Er komen heel wat stafkaarten aan te pas.

Morgen staat ons de zwaarste en de moeilijkste dag van de Haute-Route te wachten, met enkele cruciale passages. Het weer ziet er slecht uit, wat zal het morgen worden?

 

donderdag 6 juli   -  Cabane de Valsorey (3037m) => Plateau du Couloir (3645 m) => Col du Sonadon (3504m) => Cabane de Chanrion (2462 m)

Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan dankzij Jeroen, Jeroen niet dankzij mij (...zegt hij?!). We kruipen uit ons "bed" om 4.00u en na een half uurtje vertrekken we, het is eindelijk uitzonderlijk goed weer!

Jef Proost op weg naar Plateau du Couloir. Rechtsboven vangt de Mont Blanc de eerste zonnestralen op.

We klimmen naar Plateau du Couloir, de sneeuw vlak na de hut is vrij goed, maar het wordt steiler en we moeten door enkele lawinekegels. Dan bereiken we een rotsband waar we over moeten. De rotsen zijn verijsd, het is echt niet simpel om hier over te geraken. Op een moeilijk stukje moet ik samen met David treetjes kappen. Met een helpende hand van JP bereiken we de bovenkant van de rotspartij. Aan dit stukje heb ik twee bevroren vingers te danken. Nog een steile sneeuwtraverse scheidt ons van de col. De laatste twee meter vragen nog wat extra aandacht. We moeten een loodrecht sneeuwmuurtje overwinnen; als we hier wegschuiven komen we zo'n vierhonderd meter lager terecht.

Rik Geeraerts juist onder Plateau du Couloir. 2de touwgroep volgt in de achtergrond.

De zon schijnt heerlijk en iedereen is nog niet weinig opgelucht, we staan op de col. Enkele tientallen meters boven ons ligt Refuge Biagio Musso.

Bivacco Biagio Musso (3650m)

 

Deze bivak werd in 1977 geïnstalleerd ter nagedachtenis van Biagio Musso, die in 1975 omkwam op de Franse zijde van de Mont-Blanc. Typische metalen Italiaanse bivak, in half vat. Aan de kanten zijn er matrassen voorzien en de bivak heeft verwarming noch gas en water. De bivak is vooral nuttig voor een beklimming van de zuidwand van de Grand Combin.

 

9 plaatsen. Meer info: Mario Verga, tel. 003911/9883246

 

BEKLIMMINGEN

- Combin de Valsorey, PD 2u
- Combin de Grafenere, (Grand Combin) & Combin de Valsorey PD 2u (totaal 4u)

TRAVER
SE

- Cabane de Panossière, F 4u30' over Col du Meitin en glacier de Corbassière
- Cabane de Chanrion, over col du Sonadon en glacier Durand
   

Bivacco Biagio Musso

Na twee steile afdalingen, een val van Ruud en een lastige randkloof, bereiken we Glacier du Sonadon. We lopen hier pal onder de zuidwand van de Grand Combin, die regelmatig een lawine in onze richting gooit (steeds een reëel gevaar tijdens de Haute Route). Er is geen zuchtje wind en het is broeierig heet.

Na een korte maar vermoeiende klim (we zakken een halve meter in de sneeuw) bereiken we Col du Sonadon (3504m). Dit is de poort naar de gevaarlijke Glacier Mont Durand. Deze gletsjer bestaat bovenaan uit twee enorm grote klovenvelden met tussen deze twee een doorgang van ongeveer 15 meter breed, waar weinig kloven liggen. Het is zeer belangrijk deze doorgang te vinden. We draaien teveel rechts en we ondervinden al snel dat we verkeerd zitten. We proberen meer links en we vinden de doorgang. Hier traverseren we naar rechts en dalen naast het tweede klovenveld af. Onderaan dit klovenveld zien we pas hoe cruciaal de traversee op 3300 meter is. We dalen verder zonder problemen af en verlaten de gletsjer op ongeveer 2700 meter. We gaan verder over iets dat vroeger een pad was, steken beneden de rivier over en stijgen terug 300 meter tot de Cabane de Chanrion (2462m).

Glacier Mont Durnad

Jeroen. Juist voorbij de gevaarlijke breukzone van de gletsjer. Mijmerend naar wat nog komen gaat.

Nog nooit smaakte Heineken zo goed! Maar dan volgt de desillusie: in de hut is het koud en ongezellig, het eten stinkt en de gardien is ongelooflijk slecht gezind. Van de sfeer die we (onder leiding van JP) de vorige avonden teweegbrachten is niets meer te merken. We gaan dus ook om 21.00u slapen, zodat we van niks last meer hebben.

vrijdag 7 juli   -   Cabane de Chanrion (2462m) =>  Cabane des Vignettes (3157m)

Na de zware dag van gisteren komen we pas omstreeks 07u00 boven water; we hebben tien uur lang geslapen. Na een week muesli willen we nu ook eens een echt ontbijt. JP wordt ingeschakeld en met een beetje ruilhandel kunnen we ons achten met slechts vier ontbijten vol eten. We krijgen zelfs een stuk raclettekaas toegeschoven.

Rond 08u30 zijn we eindelijk weg. Eerst volgen we een zandweg, later kruipen we over het morenepuin naar de voet van de Glacier d'Otemma. Na vele uren vals plat bereiken we Col de Chermotane (3053m). Nog een kort klimmetje en een korte traverse op de flank van de Pigne d'Arolla en we staan op de Col des Vignettes (3156m). Hier worden we verwelkomd door Tom, Dirk, Nick en 15 kg ontbijt.

Cabane des Vignettes

Cabane des Vignettes en Pigne d'Arolla

Nu duiken er verschillende problemen op.

De armen van Jef zijn zwaar verbrand en hij moet naar de dokter in Arolla. Rik en Ruud zullen hem hierbij vergezellen en klimmen overmorgen van Arolla naar Cabane de Bertol.

Ook wij hebben een probleem. Om een of andere reden is Cabane de Bertol niet gereserveerd, er slapen daar morgen 115 mensen op 85 matrassen horen we de gardien van de Bertol via de telefoon zeggen. Daarom lassen we een rustdag in.

 

 

 

zaterdag 8 juli   -   Cabane des Vignettes (3157m) => L'Evêque (3716m)

Jef, Rik en Ruud dalen af naar Arolla. Kristin en Wim genieten van een welverdiende rustdag en de rest beklimt de l'Evêque.

Van de hut trek je richting Col de Chermotane (3053m) Verder met een grote bocht draai langs de breukzone van glacier Mont-Collon en onder de noordwand van de Petit Mont-Collon tot je de voet van de helling bereikt. De noordhelling overwinnen (35°) en soms verijsd tot in het zadel tussen de twee toppen van de Evêque. Klim naar de linkse top over rotsblokken (II).

 

Klim op de noordflank van de Evêque

Jeroen op top van l'Evêque met op de achtergrond de Matterhorn & Dent d'Hérens.

Zuidgraat en topdak van de Mont-Collon Pointe d'Oren en Glacier du Mont-Collon

zondag 9 juli   -   Cabane des Vignettes (3157m) => Cabane de Bertol (3311m)

We staan om 02u45 op en zoals gevraagd heeft de gardien voor ons een thermos heet water klaargezet. Een uurtje later vertrekken we dan. We dalen eerst af naar Col de Chermotane, van hier volgen we Glacier du Mont-Collon naar Col de l'Evêque. We worden om 07u00 verwelkomd door een stralende ochtendzon.

Jeroen (met open armen) op col Evêque. Rechts: Evêque.
Touwgroep 1 verwelkomt touwgroep 2 op col Evêque.

Tijdens de afdaling naar de Haut Glacier d'Arolla moeten we over enkele gigantische crevassen.

Afdaling naar Haut Glacier d'Arolla

De Haut Glacier zelf ligt er maar vuil bij, hij staat vol met meetpaaltjes van de mensen van de universiteit van Camebridge. Regelmatig zak je tot je knieën weg in een gletsjerriviertje. Op ongeveer 2500 meter verlaten we de gletsjer en klimmen we over het morenepuin naar Plan de Bertol (2664 m) en om 12u00 bereiken we Cabane de Bertol. Vandaag slapen er slechts dertig mensen in de hut. Het is hier zalig kalm, de Dent Blanche, Matterhorn en Dent D'Hérens liggen vlak voor ons. 's Avonds genieten we van een prachtige zonsondergang.

Cabane de Bertol vanaf plan de Bertol. Jeroen met rechts op de rotsen Cabane de Bertol

Op het terras van Cabane de Bertol in T-shirtjes van de sponsor.

 

Boven van links naar rechts: David, Kristin, Wim en JP

Onder van links naar rechts: Tom, Dirk, Jeroen en Nick (Ruud, Jef en Rik zijn even in Arolla voor kleine medische zorgen)

maandag 10 juli   -   Cabane de Bertol (331m) => Tête Blanche (3724m) => Schönbielhütte (2694m) => Zermatt (1620m)

4.00u, beddenbak Cabane de Bertol.

We staan op om 04u00, dit is de tiende dag dat we ons gezicht vaag wassen met ijskoud gletsjerwater. Er zijn al verscheidene mannen met baarden en op onze voeten groeien paddestoelen. Kristin leidt ons via Glacier Mont Miné naar de Tête Blanche (3724m), ze gunt ons nog geen twee uur de tijd. Op de top heb je een grandioos zicht over heel Wallis, tot aan de Mont Blanc.

Jeroen neemt hier het commando terug over en we dalen af via de Stockigletsjer. Zelfs de laatste dag moet er hard opgelet worden, we passeren namelijk ongelooflijk veel kloven. Via een steile sneeuwhelling bereiken we de Tiefmattengletsjer en na nog een tijdje staan we op de Zmuttgletsjer, deze verlaten we op ongeveer 2500 meter. Hier moeten we een steile morenehelling opklauteren en zo komen we in de Schönbielhütte (2694m).

 

Op weg naar Tête Blanche.

Nog even rusten voor de Tête Blanche. Deze foto typeert de evolutie in de klimsport. Mijn lederen bergschoenen met zware stijgijzers, mijn klimbroek (zelfgemaakt door mijn moeder om mijn weinige spaarcentjes veilig te stellen), werkhandschoenen, één van de eerste fleecetruien (warm maar zonder windstopper), integraalgordel, grote rugzak en één van de eerste PETZL-lampen.

.

Jeroen en Wim schudden de hand op de top van de Tête Blanche.

In de hut wilden we een soepje drinken maar de dochter van de gardien voelt er niet veel voor om dat voor ons klaar te maken. We hebben al voor hetere vuren gestaan. JP wordt in de keuken gepland en tien minuten later eten we heerlijke tomatensoep.

De laatste meters (met JP voorop) naar de Schönbielhütte

Na de lunch gaat iedereen op eigen tempo naar Zermatt, daar spreken we af aan de kerk. Rond 15u00 zijn we allen ter plekke. We hebben het gehaald!

Als beloning voor onszelf laten we vanuit het plaatselijke winkeltje een grote hoeveelheid bier aanrukken. Tja, de meesten van ons zijn studenten (gemiddelde leeftijd van de groep bedraagt 24), hebben twee maanden examens en een zware Haute Route achter de rug. Het is niet verwonderlijk dat we allemaal "lichtjes aangeschoten" op de trein naar Stalden zaten.

 

Zermatt (1620m)

 

Zermatt is een dorp en gemeente aan de voet van de Matterhorn in het Duits-sprekende deel van het kanton Wallis in het zuiden van Zwitserland. Het ligt op ongeveer 10 km van de grens met Italië. Er zijn ongeveer 4000 inwoners, hoewel dit aanzienlijk kan verschillen naargelang het seizoen. Het dorp ligt op het eind van een zuidelijk gerichte vallei, op een hoogte van 1620m.

Zermatt is een bekend wintersport plaats met skigebied en een populaire toeristische bestemming. Tot de helft van de 19e eeuw was het voornamelijk een landbouwgemeenschap. De namen Zermatt en Matterhorn verwijzen naar de alpenweiden of matten in de vallei. Zermatt werd toen "ontdekt" door Britse bergbeklimmers, en de daaropvolgende strijd om als eerste de top van de Matterhorn te bereiken maakte het dorp wereldberoemd.

Het dorp is auto-vrij. Bezoekers moeten hun auto achterlaten in het nabijgelegen Täsch, en het laatste stuk per trein afleggen. In Visp, onderaan de vallei, kan je ook de trein naar Zermatt nemen. Het meeste vervoer binnen per Zermatt vindt plaats met elektrische karretjes.

Zermatt by night

Matterhorn (4478m)

De Matterhorn is één van de bekendste bergen ter wereld. De berg is 4478 m hoog, gelegen in de Walliser Alpen, op de grens van Zwitserland (Wallis) en Italië (Valle d'Aosta). De foto rechts is genomen ten noordoosten van de Matterhorn, vanuit het toeristische Zermatt in Zwitserland. Deze kant van de berg is het bekendst: het is een symbool voor Zwitserland geworden. Aan de Italiaanse kant ligt het eveneens toeristische Breuil-Cervinia.

In 1581 werd de Matterhorn de eerste keer onder de naam Mont Cervin genoemd, later kwamen ook nog Monte Silvio en Monte Servino voor. In 1682 werd de naam Matterhorn de eerste keer oorkondelijk vermeld.

Van de kant van Zermatt heeft de Matterhorn een piramide-vorm, het is bijna een toren. Dat maakt hem meteen moeilijk te beklimmen. Bij de klim en de afdaling moet men opletten om de afgronden te omzeilen. Met name vanuit het westen, vanuit de bergen in Wallis heeft de Matterhorn de vorm van een kathedraal, met een lange horizontale graat naar het zuiden.

Een lokale legende is Ulrich Inderbinen die, het meest als berggids, de Matterhorn 371 keer in zijn leven heeft beklommen, de laatste keer, nog niet lang geleden, op 90-jarige leeftijd.

Ulrich Inderbinen, Matterhorn

  

Kerkhof Zermatt

 

Voordat we de trein nemen lopen we nog eens langs het legendarische kerkhof van Zermatt.

 

Hoge aantrekkelijke bergen lokken heel wat klimmers uit alle uithoeken van de wereld maar ook veel slachtoffers. Vele liggen naast het kerkje van Zermatt. Om even stil bij te staan... Peter Taugwalder en zoon zijn één van de gidsen tijdens de zevende en succesvolle klim van Edward Whymper.

De vroegste bekende beklimming van de Matterhorn werd gedaan door Edward op 14 juli 1865, samen met Charles Hudson, D.R. Hadow en Francis Douglas, met de berggidsen Peter Taugwalder (vader) en Peter Taugwalder (zoon) uit Zermatt en de berggids Michel Croz uit Chamonix. Het was al de zevende poging van Edward om de Matterhorn te beklimmen. Whymper won de race om de eerste beklimming van zijn rivaal Jean Antoine Carrel uit Breuil. Bij de terugtocht verongelukten Michel Croz en alle Engelsen, behalve Whymper, nog boven de tegenwoordige Solvay-hut, door een val.

Zaterdag, 22 julli ontmoet ik Wim terug om de Strahlhorn (4190m)  te beklimmen.

  

 

Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom!

Gewoon even mailen!

jeroencaers@gmail.com


Copyright © 1998 - 2008  Jeroen Caers

Laatste update: 30 maart 2010