
| Dufourspitze (4633,9m) |
|
Na een prachtige
Haute Route
(1995) trekken
Wim Van Rhijn, Valerie Van de Vijver,
Wim Roelants, Pieter De Tavernier, Tom Vercammen en
ik het jaar erop
(1996) naar de Monte Rosa om
een gelijkaardige tocht te ondernemen. Samen dokteren we een programma uit, dat ons in negen dagen over heel het Monte-Rosamassief brengt. In tegenstelling tot vorig jaar krijgen we de weergoden flink tegen. We zien bakken regen en sneeuw uit de lucht vallen en als het droog is zitten we met ons hoofd in de dichte mist. Ons planning loopt helemaal in het water maar toch was het een onvergetelijk en leerrijk avontuur. Tot op de dag van vandaag (19 april 2005) staat de beklimming van de Dufourspitze op ons programma.
|
Acclimatiseren in Lötschental en Randa zondag, 30 juni 1996 Voor zo'n traverse over een tiental vierduizenders is er een goede acclimatisatieperiode nodig. Om vooraf aan de hoogte te wennen, trekken we naar het magische Lötschental. Vandaag is het eindelijk zover. Na een heel jaar van plannen en voorbereiden vertrekken we eindelijk weer naar de bergen. Om 05h00 hebben we afgesproken. Tom heeft zich natuurlijk weer overslapen, maar ja, alles went. Om 17h00 arriveren we dan eindelijk in Blatten (Lötschental). Wikke en Valérie staan ons hier al op te wachten.
Lac Leman 1996, Wim Roelants, Tom Vercammen en Jeroen Caers We installeren ons op de camping en dan begint het kookfestijn. Op het menu staat echte fricassee (met veel liefde klaargemaakt ten huize Caers) met een waaier van ingeblikte lentegroenten en pureesoep. Jeroen blinkt even uit door een volledig pakje lucifers in het eten te laten vallen. Voor de rest passeert de avond vrij normaal. 's Avonds wordt er nog een huwelijk aangekondigd en daarna kruipen we moe in onze slaapzakken. Als beloning voor deze dag begint het te gieten. De volgende 24 uur zal het niet meer ophouden.
Maandag, 1 juli 1996
R Het onmogelijke blijkt echter toch mogelijk te zijn: achteraan in het Lötschental regent het nog steeds. We blijven niet bij de pakken zitten en maken ons klaar om op tocht te vertrekken. Gelukkig staat er hier in de vallei sinds vorig jaar een nieuwe hut: de Anenhütte. Dit wordt ons doel. Na slechts anderhalf uur stappen arriveren we kletsnat in deze prachtige hut. Zoals verwacht zit er bijna geen volk. Ook dit jaar hebben we weer een massa eten meegebracht. In de praktijk betekent dit vanavond een berg spaghetti met mysterieuze rode ballen. Het smaakt echter even lekker als het er mysterieus uitziet. Na het eten hebben we wel een fles Fendant verdiend, vinden we. Nog een spelletje stronten, tanden poetsen in de badkamer van de hut (!) en dan roept het lekker warme bedje ons. Hopelijk is het morgen goed weer... ik wil eindelijk nog eens met beide voeten in de sneeuw staan! Dinsdag, 2 juli 1996 We worden wakker om 07.20 uur en kijken door het raam om te zien wat voor weer het is. We wrijven eens goed in de ogen en kijken nog eens... het is dus toch waar: de zon schijnt! Na het gebruikelijke kommetje muesli kunnen we dan eindelijk vertrekken naar de Hollandiahütte. Achthonderd hoogtemeters over een afstand van bijna vijf kilometer moeten we vandaag overbruggen. Het is dus hoog tijd om te vertrekken. Het weer ziet er goed uit, de nevelslierten voorspellen echter niet veel goeds. Snelheid zal vandaag de beslissende factor worden!
Ondanks het slechte weer van de afgelopen dagen ligt de gletsjer er goed bij. Eerst lopen we over puur ijs, daarna is het sneeuw. Van een spoor is er niets te bespeuren, wij zijn blijkbaar de eersten sinds lang die hier door de sneeuw komen ploeteren. Ontelbare kloven liggen op ons pad. Het weer valt best wel mee, vergeleken met de vorige dagen. Het lukt ons echter niet in dit mooie weer de hut te bereiken; het begint namelijk te stormen en te sneeuwen. Het laatste uur zien we geen hand meer voor ogen.
In een volledige "white out" bereiken we zo de hut. Het is ongeveer 14.00 uur. Hier wacht ons een volgende verrassing: de hut is nog niet open. Dat verklaart onmiddellijk waarom er gisteren niemand de telefoon opnam. Gelukkig is het winterruim open...
Wim Roelants spoort laatste meters naar Hollandiahütte Binnen is het koud en vochtig want er is blijkbaar niemand op het idee gekomen om hier een avondje storm mee te komen maken. Na ons arriveren er nog wel twee Duitsers die de hele dag geprofiteerd hebben van ons spoor. Ze zijn wel zo slim om zich in een slaapkamer te verstoppen en zich de hele avond niet te laten zien.
Even later merken we dat de hut gesloten is en dat we moeten overnachten in het gezellige winterruim. Papier en hout zijn aanwezig, er zal dus wel snel een vuurtje branden in de kachel, tenminste dat denken we. Alle brandstof is nat dus we zetten de kachel op alle mogelijke manieren open om toch maar zoveel mogelijk wind te maken. Resultaat is natuurlijk dat in een mum van tijd heel de hut vol rook hangt. Waar we geen rekening mee hebben gehouden is dat er wel eens een rookdetector zou kunnen hangen. En ja hoor, na enkele minuten begint het onding een ondraaglijk piepgeluid te produceren. Gelukkig stopt het vanzelf. Om het hout te drogen leggen we het boven op de kachel. Lumineus idee: natuurlijk schieten de houtblokken in brand en weer hangt alles vol rook en stank. Gelukkig ditmaal geen reactie van de rookdetector. Om de rook buiten te krijgen zetten we alle ramen en deuren tegen elkaar open. Ook dit is weer een geweldig plan. In plaats van de rook ligt er nu na enkele minuten vijf centimeter sneeuw op de stoelen en de tafels en is het terug ijskoud. Huishoudelijk gezien hebben we blijkbaar toch nog veel te leren. Koken daarentegen kunnen we dan weer als de beste (sommigen onder ons dan toch). Op het menu staat vanavond rijst met currysaus, ananas en maïs. De rest van het scenario is gekend: dutje doen, afwassen, spelletje kaart en heel veel sneeuw smelten.
Ondertussen blijft het echter maar sneeuwen. Ons plan om morgen de Ebnefluh te beklimmen valt dus in het water. Een hoogteverschil van meer dan zevenhonderd meter overwinnen in verse sneeuw vinden we immers iets te overdreven. Ook krijgen we liever geen lawine op ons dak. Als we morgen gewoon terug afdalen zullen we zelfs opnieuw een spoor moeten maken als het blijft sneeuwen. Rondom ons worden de bergen mooi wit.
Tom, Wikke en Wim dromen van een snor. Woensdag, 3 juli 1996 Als we wakker worden om 07.00 uur is er geen wolkje aan de lucht. De honderden toppen rondom ons zijn allemaal helder afgetekend tegen de blauwe hemel! Er is deze nacht echter wel twintig centimeter sneeuw gevallen. De terugtocht zal dus ook zwaar worden. We gaan heel rustig naar beneden. Op sommige plaatsen is ons spoor zoals verwacht helemaal verdwenen. Halverwege de gletsjer moeten we ons een weg banen door een serac. In dit klovenlabyrint vinden onze twee Duitsers een touw echter overbodig. We komen ook een groepje Hollanders tegen die helemaal niet meer weten hoe ze verder moeten. Wat komen al deze mensen in godsnaam toch doen in de bergen?
Zo bereiken we na enkele uren de Anenhütte. Een grosses bier hebben we nu wel verdiend. Na een korte pauze dalen we verder af over het slijkpaadje. Met de broek vol slijk komen we dan anderhalf uur later aan op de camping. Na drie dagen willen we ons wel eens grondig wassen. Eén adres: Brigerbad. We zijn net op tijd om nog een heerlijk uurtje te weken in de baden van dit kuuroord. Van de gelegenheid maken we ook gebruik om eens goed te gaan eten op ons adresje te Ackersand. Dan crossen we terug naar het Lötschental om te gaan soezen in de tent.
Donderdag, 4 juli 1996 Na het prachtige weer van gisteren kon het voor ons niet meer stuk. De pret is echter van korte duur: als we vandaag wakker worden, is alles terug zwaar bewolkt. Na een tasje thee en een wasbeurt in de container ("Potverdeckl, dass ist für Frauen hier!") breken we de tent af en maken we alles klaar om het Lötschental te verlaten. Onze volgende halte wordt Randa. Vanuit dit dorpje vertrekken we pas om 14.00 uur naar de Domhütte. Deze tocht is zwaar maar toch bereiken we de hut binnen de tijdslimiet van vier uur. Zoals gewoonlijk worden we door Laura weer hartelijk ontvangen. Ze blijkt zelfs Jeroen (Dom 1992) en mij nog te kennen. Het is hier zalig rustig ! Buiten ons is er niemand in de hut, het is immers geen weer om de Dom reeds te beklimmen. Tijdens het eten horen we constant de redders van Air Zermatt over de radio. Op dit moment proberen ze iemand van de Matterhorn te plukken, en dat terwijl het zwaar bewolkt is. De rest van de tijd wisselen de redders en de gardien de laatste nieuwe moppen uit.
Rond 21.00 uur gaat Laura met haar kroost slapen. Ze komt aan ons vragen of wij het licht willen uitdoen en de deur sluiten. "Bergsteiger bleiben immer sitzen, sie gehen nie liegen", zegt ze nog. We zullen het maar geloven, zeker? Vrijdag, 5 juli 1996 Rond 08.00 uur worden we wakker en na een ontbijtje nemen we afscheid van Laura en de rest. Dan beginnen we aan de afdaling. De klettersteig vereist toch wel de nodige aandacht en om 12.00 uur zijn we eindelijk in Randa. Eigenlijk hebben we op dit moment afgesproken met Pieter in Zermatt. Als onze rugzak klaargemaakt is, zijn we alweer anderhalf uur verder. Zo snel mogelijk in Zermatt geraken, is nu de boodschap.
We zijn echter drie uur te laat, Pieter is dus nergens meer te bespeuren. Na wat gezoek duikt hij plots toch terug op. Als beloning begint het daarop nog maar eens te regenen. Vandaag naar de Monte Rosa-hut gaan is dus geen goed idee. Daarom wordt onze expeditie een dag uitgesteld. Als vervangprogramma installeren we ons eerst in hotel Mischabel. Daarna brengen we een bezoekje aan de post en het alpiene museum. Tijdens een warme choco barst het onweer pas echt goed los. Gelukkig zijn we vandaag niet vertrokken! We spurten naar het hotel waar we om 19.00 uur aan tafel verwacht worden. Het eten valt onder de categorie "goed en veel", dus alles is in orde. Na het eten gaan sommigen nog een pintje drinken in de Hexenbar. Daarna iedereen in bed. Morgen is het immers de grote dag: de Monte Rosa roept!
Zaterdag, 6 juli 1996 Ook het ontbijt in het hotel is niet te versmaden. We moeten goed eten om vandaag met onze superzware rugzak boven te geraken. Het eerste stuk doen we met de trein. De Gornergratbahn zet ons af in Rotenboden. Tussen de wolken door kunnen we vanop de flanken van de Riffelhorn reeds de Monte Rosa aanschouwen. De beklimming ervan ziet er gigantisch ver en hoog uit. Na een korte pauze vertrekken we naar de hut. Het paadje naar de gletsjer toe daalt heel zachtjes. De knieën blijven dus nog even gespaard. De gletsjer zelf is een lachertje. Af en toe een beekje of een kloof zorgen toch voor wat afwisseling. Een touw is niet nodig, er ligt geen sneeuw. Ook vandaag krijgen we weer een fikse bui op ons dak. Het laatste kwartier op de gletsjer worden we nog maar eens kletsnat. Nog even een steil rotspaadje en dan bereiken we de hut.
Heel de namiddag kunnen we ons ontspannen. Wat onmogelijk leek, gebeurt 's avonds dan toch: de lucht klaart helemaal op. Alle toppen rondom ons worden langzaam zichtbaar. In de avondzon is het heerlijk! Ons besluit is snel genomen: morgen doen we een toppoging op de Dufourspitze. Samen met ons zullen twee jonge Oostduitsers en een groep van tien Zwitsers vertrekken. Met dit in het achterhoofd gaan we slapen. Het is 21.00 uur. Voor ons zal de nacht slechts vier uur duren.
Zondag, 7 juli 2005 Om 01.00 uur loopt de wekker af. Vandaag is het zover! Snel een bakje muesli, dan klaarmaken en met de legendarische woorden "let's do it" beginnen we eraan. De tien Zwitsers zijn een kwartiertje voor ons vertrokken maar zij lopen glansrijk verkeerd: in plaats van over te morene naar Obere Plattje te klimmen, draaien ze naar rechts richting Grenzgletscher. Wanneer zij hun vergissing inzien, hebben wij reeds lang de lastige rotsblokken en de steile sneeuwhellingen van Untere Plattje achter de rug. De twee Oostduitser blijven vlak achter ons maar wel op een beschaafde manier. Volgens mij hebben zij nog niet veel ervaring op gletsjers.
Op Obere Plattje worden de stijgijzers aangedaan en binden we ons in cordee. Het is 03.15 uur. Dan begint de eindeloze en soms toch wel steile gletsjertocht naar Satteltole. Hier en daar liggen nog flarden van een spoor. Gelukkig maar want het is aardedonker en de oriëntatie is hier niet echt evident. Na enkele uren komt eindelijk de zon op. We nemen foto's van het prachtige uitzicht. In de verte hangen echter dreigende wolken rond de toppen. Voor ons is er echter nog geen vuiltje aan de lucht. Het is wel zeer koud maar voor de rest valt alles goed mee. Rond 09.30 uur steken we de bergschrund van het Sattel over. Op het Sattel (4359 meter) kunnen we voor het eerst de Margheritahut zien liggen. Wat we ook zien is dat er van de Italiaanse zijde van de Monte Rosa veel wolken naar hier drijven. Er staat hier ook een windje dat niet meer onder de categorie "stijve bries" valt (eerder "fikse stormwind"). Het weer wordt dus duidelijk slechter maar we kunnen nog verder.
Voor ons ligt er nu een ijswand van een honderdtal meter (45°). De moeilijkheidsgraad valt nogal mee maar er is geen enkele mogelijkheid om te zekeren. Het blauwe waterijs is zo hard dat het onmogelijk is om er een vijs in te draaien. In het midden is het zo steil dat we met de frontpunten moeten klimmen. Bovenaan gaat de ijswand over in een sneeuwgraat. Nu steekt de wind pas echt goed op. Op sommige momenten moeten we al liggend moeite doen om niet van de graat te waaien. Na ongeveer vijftig meter gaat de graat over in gemengd terrein: rotsen met veel sneeuw erop. Op sommige plaatsen is de graat amper vijftien centimeter breed. Twee voeten naast elkaar zetten is amper mogelijk. Ook de piolet is onbruikbaar geworden: aan de zijkant brokkelt de sneeuw gewoon af. Jeroen is al een stuk gevorderd maar ook hier is er geen enkele mogelijkheid tot zekeren. Lastige rotsplaten staan soms dwars over de graat. De wind wordt stilaan onhoudbaar. Als je niet oplet, krijg je hier je eerste vliegles recht naar de ontelbare kloven op de flanken van Nordend. In de verte zien we een cordee op de top van de Parrotspitze. Voor ons ziet de situatie er minder goed uit. Jeroen en ik kijken naar mekaar en meer dan enkele gebaren zijn er niet nodig om een beslissing te nemen: we moeten terugkeren, verdergaan zou onverantwoord zijn. De top ligt immers nog een half uur van ons verwijderd. Woorden komen hier niet aan te pas. De hoogtemeter wijst 4540 meter aan, in werkelijkheid zitten we op 4499 meter, de voortop van de Dufourspitze. De luchtdruk is dus ook aan het zakken. Op dit moment is het niet moeilijk om die beslissing te aanvaarden. De situatie hier is immers onhoudbaar geworden. We moeten nog helemaal terug naar beneden ook. De twee Oostduitsers zijn vlak achter ons. Ook zij hebben begrepen wat wij van plan zijn en maken snel rechtsomkeer. De Zwitsers hebben het al lang opgegeven. Achteraf bekeken is het natuurlijk spijtig dat we zo dicht bij ons doel rechtsomkeer moesten maken. Hier hadden we immers een heel jaar voor gewerkt. Terugkeren was echter de enige juiste beslissing. Dat is de wet van de bergen. Een echte montagnard moet die beslissing zonder meer aannemen. Het is spijtig voor deze ene keer, maar de Dufourspitze blijft nog lang staan ! De afdaling is geen lachertje. Het eerste stuk moet op handen en knieën om zo weinig mogelijk wind te vangen. De rest van de graat is geen probleem. Ook op de ijswand zijn er geen moeilijkheden. Afdalen is mogelijk met gezicht naar het dal gericht. Het steilste stuk klimmen we af op de frontpunten. Voor mij is dit de eerste keer en het valt goed mee. Hielen naar beneden drukken is het geheim! Zeer geconcentreerd werken is hier een vereiste. Als er één iemand uitschuift, liggen we allemaal beneden. Een honderdtal meter onder ons gaapt de randkloof als was het een geopende brievenbus.
Langzaam banen we ons een weg naar beneden. Onze twee Duitse vrienden volgen ons op de voet. Vanop Satteltole werpen we een laatste blik op de net niet gehaalde top. Deze is bedolven onder een pak donkere wolken en is dus niet meer te zien. Ook de wind wordt heviger en heviger. Gelukkig zijn we teruggedraaid, anders zouden we nu pas echt in de problemen zitten. We komen een cordee met drie Tsjechen tegen. Zij proberen nog om het Sattel te bereiken in dit hondeweer. Zij zijn echter veel te laat vertrokken.
Op tijd teruggedraaid: dikke wolken bedekken de Dufourspitze Ons spoor van vanmorgen is op sommige plaatsen reeds geheel verdwenen. De wind en opwaaiende sneeuw maken de afdaling zeer lastig. De kloven aan het einde van de gletsjer moeten we overzwemmen want de sneeuwbruggen zijn niet veel meer waard. Na lang ploeteren bereiken we zo Untere Plattje. Ondertussen is het volop aan het sneeuwen. Het enige wat we nu nog willen is zo snel mogelijk de hut bereiken. Iedereen gaat op zijn eigen tempo verder naar beneden. Rond 14.15 uur zijn we eindelijk terug in de Monte Rosahut. Een rösti en een cola hebben we nu wel verdiend. Daarna kruipen we lekker warm ons bedje in. We zijn immers meer dan dertien uur onderweg geweest. Om 17h00 worden we gewekt door Valérie want het is weer etenstijd. Buiten sneeuwt het nog steeds. Morgen staat er dus een verplichte rustdag op het programma. Om 21.00 uur gaan we slapen, ditmaal voor veel langer dan gisteren. Maandag, 8 juli 1996 We slapen tot 10.00 uur. Een lange, heerlijke nacht. Een echt ontbijt zou nu ook wel smaken na een hele week muesli. De rest van de dag wordt gevuld met schrijven en kaartenhuisjes van zeven verdiepingen bouwen. 's Middags maakt de gardien zelfs de overschotjes van gisterenavond terug warm. Als extraatje krijgen we een vettig sausje over de spaghetti en een zelfgemaakt worstebroodje. Gedurende de namiddag begint de barometer terug te stijgen. Buiten klaart het op en de vijftien centimeter sneeuw die gevallen is, smelt. Morgen moeten we beslist naar de Margheritahut vertrekken! In de loop van de namiddag komt er een groepje Duitsers binnen die hetzelfde doel voor ogen hebben. Even later arriveert er ook een bende Tsjechen. Op het eerste zicht lijkt het maar een stel bandieten maar wat later op de avond komt één van hen spontaan zijn fotoboekje tonen. De oudste van hen, blijkbaar de leider, komt om inlichtingen vragen over de Dufourspitze. Na wat gebabbel gaan we slapen want morgen wordt het weer een zware dag. Van dat slapen komt echter niet veel in huis want onze "sympathieke" Tsjechen blijken stuk voor stuk gore snurkers te zijn !
Dinsdag, 9 juli 1996 Om 05.00 uur staan we op en we treuzelen net zo lang tot de Duitsers vertrokken zijn. We hebben deze week immers al genoeg spoor getrokken. Om 07.00 uur zijn we dan eindelijk weg, onze rivalen hebben een half uur voorsprong. Zij vorderen echter tergend langzaam over de morene van Untere Plattje. Ze hebben een meisje van slechts tien jaar oud bij, onverantwoord om met zo iemand naar zo'n grote hoogte te klimmen. Resultaat is dat we hen al ingehaald hebben voor we de gletsjer bereiken en dat we dus weer een spoor mogen maken. Vandaag is dat een ongelooflijk zware opdracht. Er ligt ongeveer een halve meter verse sneeuw. Kloven zijn onzichtbaar en overdadig aanwezig. De eerste zakt dus regelmatig tot aan de knieën en soms dieper weg. Regelmatig wisselen we af want het is zware arbeid. Even moeten we extra opletten want Tom zakt met beide benen in een kloof. Hij wordt tegengehouden door zijn rugzak en het euvel is dus snel opgelost.
De Duitsers zijn vlak achter ons en zijn precies niet geneigd om ook eens eerst te lopen. Op ongeveer 3200 meter zeggen ze dat we wat meer links moeten aanhouden. Op dit moment lijkt dat een logische beslissing en dus proberen we het. Enkele jaren geleden heeft Pieter deze tocht al eens gemaakt, maar hij kan zich niet meer herinneren hoe de beste route over deze lastige gletsjer loopt. We omzeilen een groot aantal kloven en alles lijkt vlot te verlopen. We zitten echter veel te hoog, maar dat weten we nu nog niet. Na een tijdje zitten we helemaal vast in de seracs van de Grenzgletscher. Hier is geen ontkomen meer aan, dit is een echt labyrint. Bovendien is het reeds 12.00 uur en zitten we nog maar op 3400 meter hoogte. Sommigen krijgen hier ook een beetje schrik tussen al dit klovengeweld. We hebben geen keuze: we moeten wéér terug. Dit betekent het einde van onze expeditie. We bepalen onze exacte positie en dan maken we rechtsomkeer.
Zo is er abrupt een einde gekomen aan onze veelbelovende expeditie. Zelf kunnen we er niet veel aan doen: winterse sneeuwcondities en uiterst onstabiel weer hebben ons de das omgedaan. Bovendien zijn er de afgelopen twee weken al een vijftiental doden gevallen in de Walliser Alpen. Het is spijtig maar één ding is zeker: ooit zullen we deze tour zeker volbrengen ! Om de schade nog enigszins te beperken nemen we morgen de lift naar Klein Matterhorn. Zo zullen we proberen de Breithorn te beklimmen en vandaar verder naar de Ayashut doorsteken. Misschien kunnen we ook nog Castor, Pollux en Liskamm een bezoekje brengen. Hopelijk lukt dit wel ! Woensdag, 10 juli 1996 We staan op om 06.00 uur met de bedoeling de eerste lift naar Klein Matterhorn te nemen. Voor Jeroen en mij begint de dag al met een blunder: we overslapen ons glansrijk hoewel Pieter ons reeds om 05h30 kwam wekken. Daarmee hebben we nog niet alle pech gehad: wegens een technisch defect werkt de kabelbaan immers niet. We moeten nog enkele uurtjes geduld hebben, weet men ons te vertellen. Als vervangprogramma gaan we dan maar enkele filmrolletjes volschieten op de basis van Air Zermatt. Rond de middag wordt dan eindelijk het licht op groen gezet en kunnen we vertrekken. Heel de vallei baadt in het zonlicht maar wij hebben wéér geen geluk: rond de Breithorn hangt een vijandige wolk en bovendien zit de hele Italiaanse zijde potdicht. Je ziet geen hand voor ogen, het is ijskoud en er staat een stevige wind. We vertrekken toch, maar na een half uurtje komen we op die beslissing terug. Het is onmogelijk om in deze soep uw weg te vinden. Van dit gebied bestaan immers alleen Italiaanse stafkaarten en die zijn nog minder waard dan hard wc-papier! Het is moeilijk maar we moeten weer terug.
Dit is het definitieve einde van wat een zo mooie expeditie had moeten worden. We draaien om en gaan terug naar het eindstation van de lift. Iedereen is zeer teleurgesteld en dat is wel te merken aan de gezichten. Een skiër die het nodig acht om over onze cordee te skiën, wordt dan ook bijna vermoord ! We nemen de lift terug naar beneden en in Zermatt beslissen we om andere oorden op te zoeken.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De Route Vertrekpunt: Monte Rosahütte Tijd: 7 uur Eerste beklimming: 1augustus 1855, John Birbeck, Charles Hudson, Christopher Smyth, James Grenville Smyth, Edward John Walter Stevenson, Ulrich Lauener, Johannes Zumtaugwald, Matthäus Zumtaugwald. Ontzettend lange route vanuit laag gelegen hut. Met prachtige topgraat die niet te onderschatten is bij veel sneeuw. |
|
Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:
Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom! Gewoon even mailen!
Copyright © 1998 - 2008 Jeroen Caers Laatste update: 30 maart 2010 |