Allalinhorn (4027m)

   

Tijdens de zomer (1998) gidste ik samen met mijn klimpartner, Wim Roelants, zes fanatieke bergwandelaars naar de top van de Allalinhorn via de Hohlaubgrat op vraag van Philip Brinckman. Deze beklimming verliep niet zonder kleerscheuren.

Philip, Johan, Bert, Marc, Heidi en Nicolas leerden de bergwereld boven de 3000 m kennen. Een hele ervaring, een hele prestatie.

     

Johan

    Marc

Bert

Heidi  

Philip

Nicolas

   

Bert vertelt:

 

Het slaaphoekje is mooi en ruim, de matrasjes zijn heerlijk, het is er lekker warm en stil,… Toch heeft niemand echt goed geslapen.

Wat een opluchting, voor mij althans, wanneer om 01u.50 het licht automatisch aanfloept. Wij zijn onze les goed gespeld en alles loopt gesmeerd. De gepaste kledij ligt klaar. De rugzak staat gepakt. Een kattenwasje zonder veel complimenten. Alleen een uitgebreide zitting vraagt geduld, want er staat een hele rij wachtenden en er is maar één troon.

De hele eetplaats loopt vol. Dat wil zeggen dat bijna alle gasten grote plannen hebben en midden in de nacht willen vertrekken. "Zonder stevig ontbijt lukt het niet", zeggen Jeroen en Wim. Wij doen ons best om onze honger te forceren en ons buikje rond te eten. Toto onze grote verbazing beperken zij zich tot een grote tas muesli.

Onder het waakzame oog van Jeroen en Wim brengen wij onze uitrusting i orde. We hebben onze warme wind- en waterdichte kleding aan en over alles heen onze klimgordel. Pas nu blijkt hoe handig het is om extra zakken te hebben in de broek! De stijgijzers worden grijpensklaar aan de rugzak gebonden. Onze piolet hebben we van meet af aan nodig.

Om 3 uur kunnen wij vertrekken. Wat een betoverend zicht als wij rondom ons in de verte overal die verlichte touwgroepen zien stappen.

Wij verdelen ons in twee touwgroepen. Maar Jeroen en Wim gaan daarbij niet zo lukraak te werk als wij aanvankelijk vermoeden. Heidi wordt veilig geparkeerd in de groep achter Jeroen tussen Johan en Mark. Nicolas mat opstappen tussen Philip en Bert, onder leiding van Wim.

De lucht is helder. Sterren fonkelen alom aan de hemel. Bij onze eerste stappen kunnen we het licht van onze hoofdlampen goed gebruiken. We zetten voorzichtig aan. Het is wennen aan het donker. Wanneer Philip een vallende ster signaleert, wordt de ene na de andere lamp uitgedraaid. Alleen de koploper heeft nog licht nodig.

 

 

Zonsopgang met links van de zon de Weissmies.

 

Omstreeks 4 uur, staan we midden op de uitgestrekte Hohlaubgletsjer. De wind blaast voordurend de fijn bevroren oppervlaktesneeuw met grote nijdigheid in ons gezicht.

Al snel wordt de beslist om de stijgijzers aan onze schoenen te binden. Dit loopt veiliger en gemakkelijker op de steile gletsjerhelling. Een goede reflex bespaart Bert voor een jammerlijke tegenslag. Een rugzak afdoen en neerzetten houdt risico’s in. Bijna was deze rugzak definitief en onherroepelijk de diepte in.

Het stappen verloopt zonder problemen. Mijn polsslag loopt nauwelijks op. Mijn ademfrequentie blijft regelmatig. De temperatuur van mijn lichaam blijft goed, geen problemen met koude vingers of koude tenen. Alleen het stappen in een touwgroep vraagt wat oefening. Het touw mag niet te strak worden gehouden, maar het mag evenmin teveel slepen. Onze gidsen stappen wel opvallend traag en nemen geregeld een korte rustpauze. Ik vermoed dat zij dit doen om de touwgroep voor ons zeker niet in te lopen. Deze groep bestaat uit 20 klimmers en als we deze op de voet volgen moeten we uren wachten bij de moeilijke rotspassage onder de top.

 

 

Täschhorn, Dom & Lenzspitze.

Eigenlijk had ik deze klim veel moeilijker verwacht. Alles verloopt bijzonder vlot. De eerste rotsband trekken we heel vlot over. Omstreeks 6 uur staan we boven deze band met grote, losse rotsblokken. We rusten even. We moet nu een steil stuk ijs overwinnen om terug Ook het steile gletsjerijs tot de graat levert geen problemen op dankzij onze stijgijzers. Zelfs de felle wind stoort mij niet.

 
Jeroen voor Johan, Heidi en Marc. Wim voor Philip, Nicolas en Bert.

Jeroen juist onder het begin van de

rotswand (3995m), die wegens slechte

condities een moeilijke passage wordt.

De graat is vrij smal en leidt naar de moeilijkste passage van de klim: een dertig meter hoge rotswand, juist onder de top. Van ver hebben wij kunnen zien hoe traag de vorige touwgroep over de rotspartij is gevorderd. Zij verwijderen hun zekeringen en touwen wanneer wij toekomen.

Voor wij aan deze klim beginnen worden onze twee touwgroepen aan elkaar vastgemaakt.

Nu zien wij Jeroen aan het werk. Zijn rust en zelfzekerheid vallen op. Stap na stap zien wij hem omhoog klimmen en de nodige zekeringen aanbrengen. En wanneer we hem niet meer kunnen zien, horen we nog steeds zijn rustige commentaar en zijn aanmoedigingen.

Met musketons maken wij ons verbindingstouw vast aan de zekeringen en één na één volgen wij op enkele meters onze voorganger. Maar het gaat traag. Schrik en korte beentjes (?) beletten sommigen om vlot mee te schuiven.

Het gevoel dat elke schuiver fataal kan zijn, zorgt ervoor dat elke beweging vooraf wordt gecontroleerd op de veiligheid. Maar bij sommigen heeft dit gevoel nog een ander effect. Zij worden bang. En schrik is een slechte raadgever. Je kiest natuurlijk niet altijd zelf wanneer deze fysieke angst je naar de keel grijpt. Maar het gevolg is wel dat je als verlamd geen macht meer hebt over je spieren en dus over je bewegingen.

Mark helpt Heidi over de moeilijke passage. Maar wanneer Mark zich wil optrekken aan een grote steen komt plots heel de groep in moeilijkheden. Met die grote steen in zijn armen schuift Mark naar beneden. Gelukkig bewaren alle betrokkenen hun koelbloedigheid. Jeroen zorgt dat de zekering, die Mark moet tegenhouden, stand houdt. De schade blijft zo beperkt. Wim is uiteindelijk het enige slachtoffer. Hij krijgt de stijgijzers van Mark tegen het hoofd. En ook zijn Gore-Texjas wordt beschadigd. In een wijze reflex steekt Wim resoluut zijn hoofd in de ijskoude sneeuw om het hevige bloeden te stelpen. En gelukkig staat Philip, die van dit alles een eerste-rij-getuige is op hetzelfde ogenblik stevig op een smalle richel om de zware schuivende steen een klein beetje bij te sturen, zodat Nicolas en Bert hem niet op hun hoofd krijgen!

 

 

Wim klautert langs de touwen omhoog, nog getekend van de klap die hij incasseerde. Jeroen zekert d.m.v. een "dode man".

 

Mijn piolet vastklampend in de sneeuwtrek ik mij gezwind omhoog. En met een, aan mijn leeftijd aangepaste, spreidstand klauter ik steeds hoger. Ondertussen maak ik alle zorgvuldig aangebrachte zekeringen weer los. Mijn klimgordel weegt zwaar van alle losgemaakte musketons. Alleen mijn handen hebben het koud, omdat mijn handschoenen op deze korte tijd doornat zijn geworden.

Een handdruk zonder woorden als proficiat voor de medeklimmers en om zoveel dankbaarheid aan onze twee gidsen uit te drukken, veegt voor mij alle koude, alle overwonnen moeilijkheden en de lange wachttijd voor de laatste rotswand in één ogenblik weg.

 

Wat aan klimmen zo leuk is, is dat het doel precies gemarkeerd is

en er zekerheid is of je het bereikt hebt. Hoe anders is het gewone leven. Dat lijkt meer op een zeereis; oeverloos dobberen zonder

houvast over plaats en richting.

 

Mathieu Van Rijswick, Het voelen van de draak.

 

 

Allalinhorn 4027 m

 

 

Jeroen Caers, Bert Tips en Philip Brinckman

 

Wim toont de schade aan zijn jas.

 

 
 
 

Eindelijk heb ik het punt bereikt waar ik al zoveel maanden van droom. Het schouwspel is over verdonderend grandioos, het laat rillingen over mijn rug lopen, het boezemt mij ontzag in.

Bert Tips.

 

 

DE ROUTE

Vertrekpunt: Britanniahütte

Tijd: 3 à 4 uur in normale omstandigheden.

Eerste beklimming: G.H. Rendall, H.W. Topham avec Aloys Supersaxo, 12 juli 1887.

Dit is de meest interessante route om de Allalin met een gerust en eerlijk geweten te beklimmen. Als je respect hebt voor deze berg neem je niet de eerste kabelbaan om dan tussen de skiërs een weg te banen naar de top van de Allalinhorn. En als het niet om respect gaat, denk dan even aan het opperste genot.

Onder normale omstandigheden is dit een vrij gemakkelijke route. De eerste rotsband is gemakkelijg te overschrijden. Daarna volgt een zeer steil stuk naar de graat, die vrij smal kan zijn met eventueel enkele grote cornichen. De laatste rotsband is technisch gemakkelijke en je kan er d.m.v. drie grote rotshaken goed zekeren. Maar door veel sneeuwval kan deze passage zeer delicaat worden en veel tijd in beslag nemen.

Afdalen kan je best en het snelst via de normaalroute. Sluit je ogen regelmatig voor de stijgende klimmers die vaak op onaanvaardbare manieren deze berg bestijgen. Zo zag ik bijvoorbeeld twee klimmers aan een touw met een afstand tussen elkaar van twee meter.

 

 

Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:

 

 

 

 

 

 

 


 

Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom!

Gewoon even mailen!

jeroencaers@gmail.com


Copyright © 1998 - 2008  Jeroen Caers

Laatste update: 30 maart 2010