Weissmies (4017m*)

   

zondag, 22 juli 2001

Hoofdstuk III

Met gemengde gevoelens zie ik de vermoeide gezichten van alle kampdeelnemers bij de vertrekkensklare bus.  Tien dagen collegekamp zijn voorbij gevlogen.  De bus met de blauwe vogel erop verlaat langzaam het dal.  We zwaaien iedereen uit.  Onze geliefden, Vanessa en Joke, nemen ook afscheid en volgen de bus richting België.  Vinnie en ik blijven nog voor enkele dromen in Zwitserland.  Een hoop gevoelens, mijn trouwe assistent en 39 lege plastic flessen is alles wat nog overblijft van tien dagen kamp.  Mijn bakkersautootje, ook wel “koekendoos”, “pausmobiel” of “Zwitserlandmobiel” genoemd door de vrienden, zit stampvol.  De flessen worden in de grote kofferbak, boven op alle kledij en klimgerief, gepropt.  In Zwitserland krijg je ongeveer 0,30 Euro terug per fles.  Dit bedrag reserveren we reeds voor een rösti.  Omdat het zondag is en alle winkels dicht zijn, moeten de flessen nog enkele dagen in mijn koekendoos blijven liggen.  Toevallige voorbijgangers trekken grote ogen bij het zien van de puinhoop in mijn koffer. 

Vinnie en ik vormen een fysiek en technisch sterk klimteam.  Als dit weer (grand beau) tien dagen standhoudt, kunnen we heel wat dromen vervullen.  Onze zwaarste tegenstander is vaak “de tijd”.  Vorige klimseizoenen leerden ons dat we steeds te laat op tocht vertrokken.  Niet zo zeer de toppoging maar wel de tocht naar de hutten werd steevast te laat aangevat.  Je onderschat vaak hoeveel tijd je verliest met tochtplanning, aankopen, inpakken en de verplaatsing naar het vertrekpunt van de tocht.  Als je dan ook nog de streek op je duimpje kent en heel wat gezellige stopplaatsen kent, vliegt de tijd.  Zo was er in 1999 de tocht naar de Bordierhütte

10.00 uur op pad en om 14.00 uur in de hut: dat is onze vooropgestelde planning voor onze tocht naar de Almagellerhütte vandaag.  We willen dit jaar aan onze timing werken!  Om 11.10 uur stap ik met “Het Laatste Nieuws” onder mijn arm uit de kiosk in Saas-Almagell.  De krant wordt achter een riem van mijn rugzak geklemd.  De krant (Zwitsers of Vlaams) is niet weg te denken uit onze klimvakanties.  Vinnie en ik zijn erg “nieuwsgierig”.  Samen de krant lezen en opgewekt praten over de nieuwtjes die ons aanbelangen, het is een vast ritueel.  Een toeval wil dat we enkele spaarcenten in hetzelfde bedrijf investeerden.  We koppelen ons consumptiepatroon rechtstreeks aan de koers van deze aandelen. 

We ploffen ons neer op het terras van Hotel Almagelleralp.  De krant wordt bovengehaald vooraleer de dienster onze bestelling noteert.  En dat gebeurt in de Zwitserse bergen over het algemeen erg snel.  We glunderen: onze aandelen zijn in waarde gestegen.  Tweemaal een halve liter grapefruit!  En nog één!  Het is ontzettend warm.  Weerstaan aan deze godendrank is moeilijk maar de dorst lijkt me gelest.  Eén vraag overheerst onze dag: hoe zou het met onze vrouwen zijn?  Zitten ze nog op de juiste weg?  Zijn ze niet te vermoeid om de trip naar België te maken?  We hijsen onze zware rugzakken weer op onze schouders en vertrekken. 

Ik beleef de tocht helemaal anders dan twee weken geleden met Nick.  Nick is immers onverwachts naar huis vertrokken.  Het plan was om mee te klimmen tijdens deze periode maar een pijnlijke knie deed hem anders beslissen.  “Groetjes uit de beddenbak van de Almagellerhütte”, verschijnt op de display van mijn geleende GSM.  Ik druk op de groene knop.  Het is 15.30 uur.  Terwijl ik rust, verteert mijn lichaam de geleverde inspanning.  Na bijna twee uur rust weer ik via een SMS-je dat onze vrouwen veilig thuis zijn.  Zo snel?  Ons hongergevoel schuift echter deze vragen snel aan de kant.  We genieten van een heerlijk en voldoende groot avondmaal.  Na dit festijn bel ik Joke even op.  Een klimvakantie met GSM in de rugzak is nieuw voor me.  Joke en ik kiezen bewust niet voor deze vorm van communicatie in ons dagelijks leven.  Maar als je gaat klimmen kan je in feite niet meer rond de grotere veiligheid die een GSM kan bieden tijdens je bergtochten.  Vinnie en ik kiezen heel bewust om met elkaar en voor mekaar de bergen in te trekken en we beperken gelukkig onze GSM-communicatie met het thuisfront tot het strikt noodzakelijke.  Joke klinkt zo dicht bij.  Door dit berichtje ben ik vrij van alle zorgen en vol energie om morgen voor de derde maal richting Weissmies te vertrekken. 

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om 4 uur staan we naast elkaar op het terras van de berghut onder een schitterende sterrenhemel.  Onze neuzen wijzen dezelfde richting uit.  Derde keer goede keer?

 

12 juli 1999. 

Het is iets voor 4 uur.  Ik sta met Vinnie en enkele optimistische klimmers buiten.  Geen enkele ster te bespeuren!  Mijn lichtbundel blokkeert in de mist zodat ik maar enkele meters ver zie.  Ik installeer me in de eetzaal van de hut en begin te schrijven.  Vinnie kruipt terug onder de dekens.  Af en toe hef ik mijn pen op en staar ik naar buiten.  Mijn ogen staren de verte in op zoek naar een silhouet van een berg.  Om 5 uur vertrekt een groepje of drie richting de col.  Het klaart op vertelt een Nederlander op vrolijke wijze.  Een kudde klimmers verplaatst zich naar het terras.  Ook Sir Griffits, een gerenomeerd Alaskaklimmer, is nieuwsgierig naar de weersverandering.  Hij wenst me een fijne dag.  Wat een rust en ervaring straalt deze klimmer uit.  Hij doet me fel denken aan Chris Bonnington.  Voor ook ik de weg naar het terras vind, word ik teruggedrongen door de kudde klimmers.  Ze verplaatsen zich naar de slaapbakken.  Sir Griffits: “Terrible, back to bed!”.  Ik zie geen reden meer om naar buiten te gaan om een weersanalyse te maken en zoek mijn ondertussen koud geworden plekje naast Vinnie weer op.  Om 8.30 uur dalen we door de regen terug af naar het dal.

  

Eind juli 2000. 

Bart Sap voelt al snel dat hij niet mee naar de top kan en keert terug naar de hut.  Ik beslis alleen verder te gaan voor een routeverkenning voor een volgende poging en wie weet zit de top er solo wel in.  Tijdens deze beklimming overstijgt me een gevoel dat ik moeilijk kan beschrijven.  Een gevoel van eenzaamheid, machteloosheid, kwetsbaarheid, vrijheid,…, een gevoel van alleen op een berg.  Spijtig genoeg ben ik omwille van een sneeuwstorm genoodzaakt terug af te dalen met de voortop van de Weissmies in zicht. 

 

     

Een peleton van een 70-tal klimmers wandelt naar de Zwischbergenpass.  Vinnie en ik bevinden zich in de kop van het peleton.  Met onze hoofdlampen speuren we naar verfstippen, die het pad naar de col markeren.  Ik haal onmiddellijk een goed tempo en Vinnie volgt, nog zoekend naar zijn ideale ritme.  Eén uur later staan we op de col.  Na een korte pauze dalen we een tiental meter af tot op het sneeuwveld dat ons naar de zuidgraat voert.  Door de koude van deze nacht is de sneeuw erg hard.  Vinnie en ik besluiten stijgijzers en piolet boven te halen.  Het is markant dat bijna alle klimmers dezelfde plaatsjes kiezen om dit te doen.  Zoals op sommige eilanden, waar trekvogels verzamelen in broedkolonies, vormen er hier wat kolonies klimmers op de rotsen, die niet meer bedekt zijn met sneeuw.  Het zenuwachtige heen en weer geloop en gevlieg van deze trekvogels in de kolonies vind je ook terug op de rotseilandjes in de sneeuw.  Iedereen zoekt een comforttabel zittend plekje, meestal een steen ter hoogte van het zitvlak van een stoel.  Sommige goed uitgeslapen klimmers vinden zo’n steen met rugleuning.  Hierna volgt druk overleg: welke route lopen we? Met welk materiaal?  Vervolgens wordt er koortsachtig in de rugzak  gezocht achter klimmateriaal, eten en drinken, kledij,…  Ook tussen de klimmers vind je veel papagaaien.  Ze bestuderen van op hun stekkie andere klimmers en apen ze even later gewoon na.  Vier onervaren Engelsen binden zich in op acht meter touw.  Even later kom je nog zulke onnozele touwgroepen tegen op zoek naar de top.  Het is eigenlijk heel simpel.  Je bekijkt de condities van het terrein dat voor je ligt en van het weer dat boven je hangt.  Onze analyse: sneeuwhelling + 20°, hard bevroren, goed en stabiel weer.  Met stijgijzers onder de schoenen en een piolet in de hand verlaten we ons rotsplateautje en beginnen we aan de beklimming van het sneeuwveld.  Touw, klimgordel en wandelstokken verdwijnen in de rugzak.  Zigzaggend overwinnen we de steilte van dit sneeuwveld.  De zonnewarmte loopt elke minuut fel op.  Ik krijg een klop van de hamer.  Ik tracht er met het eten van een mueslibar terug boven op te komen.   Als enige touwgroep klimmen we tot het hoogste punt van het sneeuwveld om daar pas op de graat te komen zoals beschreven in het gidsje.  We ontdekken er de oude verfmarkering en zo weten we dat het goed is. 

Stijgijzers en piolet wisselen van plaats in onze rugzak met het bergtouw.  Een slokje thee en al snel volgen onze eerste verticale stappen op de graat.  Vinnie klimt achter me.  Het touw tussen ons loopt vlot en in snel tempo met ons mee.  Om 8.40 uur bereiken we de voortop (3961,5 m).  Stijgijzers en piolet worden terug uit de rugzak getoverd.  En daar gaan we dan.  Vastberaden.  Over een sneeuwgraatje dat amper de breedte heeft van een A4-blad.  Rechts een grote corniche, links de adembenemende oostwand.  Zonder dat het touw de sneeuw raakt, balanceren we voorwaarts over de graat.  Wanneer de graat overgaat in een breed sneeuwplatform weten we dat we de top bereikt hebben. 

 

     

Het is 9.00 uur.  Aandachtigheid gaat over in pure blijdschap.  We omhelzen elkaar, nemen wat fotootjes, drinken nog een slok thee en genieten van het uitzicht.  Het Berner Oberland en het Lago Maggiore vallen op.  Na wat gebruikelijke topfotootjes dalen we terug af.  Het vraagt wat tijd om de graat af te dalen.  Eens van deze graat, terug op het sneeuwveld houden we ons aan de beschrijving uit het bijbeltje: “belles glissades à la descente.”  Onze voeten worden parallel geplaatst, tippen richting Zwischbergenpass en glijden maar.  We halen een halve meter per seconde.  Wie zei ook alweer dat hij nooit wilde skiën?

Om 12.40 uur bevinden we ons weer in de gezellige hut.  We bestellen een rösti “Weissmies”, hoe kan het ook anders, en dan bed in.

 

 

 

De Route

* 4017 m volgens CN 1329 "SAAS", 1998

* 4023 m volgens Guide des Alpes Valaisannes 5, 1991

Vertrekpunt: Almagellerhütte

Tijd: 4 uur voor de beklimming.

Eerste beklimming: niet bekend.

Beklimming zonder veel objectieve gevaren en met een hoge genotsfactor.  De rotsgraat bestaat uit grote blokken en is gemakkelijk te beklimmen.  De graat gaat over in sneeuw en wordt heel smal.  De graat gaat over in de grote sneeuwtop.  Dit is het mooiste deel van de beklimming.  Tijdens de afdaling kan je een spectaculaire glijpartij maken tot aan de pas over het sneeuwveld.

De traversee van de Weissmies (afdaling over Triftgletsjer naar Hohsaas of Weissmieshütte) is een klassieker.  Ik ben nooit in de verleiding gekomen om deze route te doen.  Waarschijnlijk is het door de stoet klimmers die elke dag deze berg bezetten of door de eentonige route (enkel de gigantische kloven bieden wat afwisseling) dat ik nooit dit pad volgde. 

Ik heb echter wel deze gletsjer zien evolueren.  In 2003 brachten de gidsen boomstammen naar boven om enkel verijsde passages en grote kloven te kunnen overwinnen. 

 

 

Nuttige links

Almagellerhuette   (prachtig gelegen hut met vriendelijke gardien)

 

 

     

Op 26 juli 2005 ben ik op weg naar het Zwischbergental en de Passo d'Andolla.  Hierbij passeer ik weer de zuidoostwand van de Weissmies (rechts).  Ik schrik enorm van het sneeuwveld dat flink is ingekrompen en al ijsplekken vertoont. Links: Weissmies 24 juli 2001

Sinds de veel te warme zomer van 2003 is niets meer hetzelfde in de alpen.

:

 

 

Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom!

Gewoon even mailen!

jeroencaers@gmail.com


Copyright © 1998 - 2008  Jeroen Caers

Laatste update: 30 maart 2010