
| Mont Vélan (3727m) |
Woensdag, 6 augustus 2003
Ik sleep me met Wim naar het einde van onze bergsportvakantie. Ik ben al meer dan een maand in de Alpen. Nooit ben ik zo uitgeput na mijn klimvakantie als deze zomer. Tekort aan nachtrust (gisterenavond vertrokken na een bezoek aan Omer en Lieve Bauwens na middernacht naar een dortoir Champex) en de slopende hitte hebben mijn lichaam duidelijk getekend. Nog één topje en dan naar huis. We parkeren iets boven Bourg-St-Pierre. Acht jaar geleden verbleven we een nacht in Bourg-St-Pierre tijdens onze tocht van Chamonix naar Zermatt, de Haute-Route.
De tocht naar de hut loopt door een zuidoostelijk georiënteerd valleitje waardoor op het laagste punt Le Valsorey stroomt. Iets voorbij Chalet d'en bas, een boerderijtje op zo'n 2020m hoogte, splitst het pad. Links kan je naar Cabane de Valsorey en rechts naar Cabane du Vélan. Aan de splitsing houden we een pauze om ons vochtgehalte op peil te houden al voel ik aan dat er meer water voor nodig is dan de hoeveelheid die ik meezeul in mijn rugzak. Het gaat zachtjes bergop tot aan een gedenkplaat voor de slachtoffers van een lawine. Hier moeten we een morenenrug op. Het paadje zigzagt in twee grote "Z'en" tot aan de cabane. Tijdens de zigzag zien we een helikopter op en aan vliegen met voorraad. Het zal gelukkig niet mankeren aan voedsel en drank deze avond. We genieten maar heel even van het vijfsterren zonneterras van de cabane. We zijn moe, uitgeput door de extreme hitte (tegen de 40°C) en kruipen na veel vocht onder de wol.
De gardien, Raymond Gay, maakt ons een uur voor het avondeten wakker. Het regent licht buiten en onze schoenen staan naast de cabane te drogen. We bedanken hem en spoeden ons naar buiten. Raymond haast zich om ons uit te nodigen op zijn "soirée du vin" en tegelijkertijd verontschuldigt hij zich voor de latere bereiding van het avondmaal. We gaan gretig in op zijn voorstel. Tegen 18 uur zitten we in de refter. Buiten een gids en zijn klant zijn we de enige klimmers. De overige twintig aanwezigen zijn vrienden van Raymond die speciaal voor deze avond naar de hut zijn gelopen.
Iedereen proeft de Zwitserse wijnen en luistert aandachtig naar de toebehorende informatie, behalve een chauvinistische Franse gids, die met zijn piepjonge klant een tafel achteraan bezet en wat nors rondom zich heen staart. Het was ons dit jaar al meerdere keren opgevallen dat Zwitserse gardiens extra moeite doen om hun klanten in de watten te leggen. Dat gaat van een meer gevarieerd ontbijt, een gratis warme mok thee bij aankomst, een aperitiefwijn voor het avondeten, comfortabelere slaapplaatsen tot dit degustatiefeest.
Na het avondmaal bekijken we nogmaals de route en gaan we slapen. Rond 04.00 uur staan we op en nemen we ontbijt. Het is stil. We hebben beiden weinig zin om te vertrekken. Er zijn meerdere goede redenen voor. Aan het einde van het ontbijt praten we open over onze gevoelens. Het komt er op neer dat de tocht aanvatten met twee voor ons over de drempel van het aanvaardbare is. Door de grote hitte ligt er steenpuin op het terras van de hut. Ook 's nachts vallen er stenen uit de wanden rondom. Daarnaast ligt de route op de gletsjer er verschrikkelijk bij en passeren we een aantal ijsvallen. De sneeuwbruggen zijn in slechte conditie. We zijn daarnaast ook nog vermoeid van een maand klimmen. We dalen af met de woorden: "tot volgend jaar". Om 7 uur bereiken we de auto en we vertrekken huiswaarts.
Woensdag, 1 augustus 2004
Onder het motto belofte maakt schuld haspel ik met Wim Roelants en Wim Van Rhijn (Wikke) opnieuw het pad af naar Cabane du Vélan.
Niet toevallig kozen we voor 1 augustus: de Zwitserse Nationale feestdag.
Ik kruip snel in bed terwijl Wikke en Wim genieten van het zonneterras. Als Raymond de aperitiefwijn op tafel zet, ontwaak ik uit mijn slaap en strompel naar beneden. Dit glas wijn haalt me uit mijn dromen en zet me terug in de bergwereld. We genieten achteréénvolgens van grillades met koude groenten, dessert, vin chaud, vuur en vuurwerk.
Op het huttenterras brengen we (Jeroen, Wikke en Wim) een toost uit op de Zwitsers. Achter ons (rots): Dents de Proz en Aiguille du Vélan.
Om 23 uur knip ik mijn PETZL uit en leg ik me voor een uur of 5 in bed. Boven ons in de beddenbak stoeien twee dames van rond de 40 met elkaar tot ook zij in slaap vallen. Het geeft me nog wat tijd om te denken. Wat zal morgen brengen? Wat ligt er achter de Col de la Gouille? Deze onbekende factor speelt een grote rol in het toeleven naar de beklimming. Door het feit dat je maar een klein kwart van de route kan aanschouwen, maakt het de beklimming spannender maar ook moeilijker. Wat is het een luxe om vanuit de hut de hele route met verrekijker te kunnen bestuderen de avond voordien en al een route uit te kiezen.
bron: www.velan.ch We lopen snel tot de gletsjer. De verkenning van gisteren heeft hier zeker mee te maken. De overgang naar de gletsjer is wat zoeken. We klimmen hoog om zo over het voedingsgebied van de gletsjer (hoger dan de route op bovenstaande foto. Dit is de winterroute en daarom loopt ze ook wat lager.) te traverseren naar Col de la Gouille. Terwijl we ons inbinden lopen twee touwgroepen ons voorbij: het lesbisch koppel en nog een touwgroep met vier klimmers, waarvan ik de seksuele geaardheid niet heb kunnen achterhalen. Als het hen ook wat te riskant wordt, binden ze ook in. Veel te laat! Na het voedinggebied gaat het steil naar Col de la Gouille (B). We lopen links van enkele kloven. Juist achter het koppel bereiken we de kettingen die over een 40m hoge wand naar Col de la Gouille (D) leiden.
De onderste vijf meter is puur op armkracht te overwinnen. De rest van de kettingen beveiligen makkelijkere passages. Van de eerste meter tot op de col en helemaal naar Glacier de Valsorey hangen er kettingen. Daarnaast is de route nog eens gemarkeerd met rode verf. Onder de top van de col is er nog wat klauterwerk. Hier en daar hang ik een setje met daarin ons touw vast aan de kettingen. Op de col zie ik voor het eerst Glacier de Valsorey, waarover onze route loopt. Na een snelle analyse vallen vooral de ijsbreuk voor me en een steile apere passage op. Over makkelijk maar meer brokkelig rotsterrein en nog steeds met behulp van de kettingen dalen we af tot op de gletsjer. Tijd om een korte pauze in te lassen.
Nu zijn er drie opties: 2. langs rechts over twee bulten in de gletsjer: kiezen we niet omdat we niet het hele traject kunnen zien.
bron: www.velan.ch De route loopt over drie plateaus. Plateau 1 Het eerste plateau bereik je na afdaling van Col de la Gouille. Er is een klein sneeuwveldje waar je veilig kan rusten en je terug kan uitrusten voor de lange gletsjertocht. Na tien stappen zit je in een eerste gevarenzone voorzien van heel wat gletsjerspleten (A). We blijven goed rechts. Als we het eerste plateau bereiken, wijzigen we koers naar het zuidoosten. Rechts van ons komt een serieuze ijsbreuk (B) steil naar beneden. We passeren deze breuk op veilige afstand.
Plateau 2 Het tweede plateau bereiken we door een matig steile helling te nemen met enkele serieuze kloven (C) in, maar de grootste liggen links van ons. Op het tweede plateau lopen we zuidoostwaarts richting Col du Capucin (3376m) tot aan een ijswandje (D). Ik klim zo hoog mogelijk in de resterende sneeuw in de wand tot deze overgaat in ijs. Onderaan het wandje kleeft er nog een harde maar flinterdunne sneeuwlaag tegen het ijs. Ik trap mijn stijgijzers er vlot doorheen en zoek optimale grip. Enkele meters hoger draai ik een ijsvijs in de wand en pik ons touw erin. We klimmen simultaan over de passage. Het ijs is van redelijke kwaliteit. Enkel spijtig dat onze ijsbijlen in de kofferbak liggen en we daarom met één piolet omhoog moeten klimmen. Bovenaan plaats ik snel nog een ijsvijs zodat ik Wim en Wikke veilig tot bovenaan de ijswand kan zekeren. Heel snel staan we met drie boven de sleutelpassage van de dag. Deze passage is eigenlijk ontstaan door de felle opwarming van de aarde. Door deze opwarming verdwijnt de sneeuw die in de winter en het voorjaar valt van de gletsjer en worden steile sneeuwwanden, steile ijswanden. Deze verandering maakt deze gletsjerbeklimming een stuk moeilijker. Je moet als klimmer meer kennis en techniek in huis hebben om deze passage veilig te overwinnen. Zeker in de afdaling! De quotatie in het gidsje is daarom ook te laag en ze strookt niet meer met de werkelijkheid.
Plateau 3 Er volgt nog een plateau met een aantal grote kloven tot aan een tweede wandje (E) dat volledig uit sneeuw bestaat en uitkomt op het topplateau. We gaan er technisch vlot doorheen, enkel de hoogte en de steilte spelen in op onze conditie. Op het topplateau zoeken we naar het hoogste plekje. Als we denken dat we het gevonden hebben, worden de gebruikelijke topfoto's getrokken en daarna stappen we iets verder tot een rotsplateau.
Ik ben voorstander om over Arête de la Gouille af te dalen. Het is al erg laat en de condities op de gletsjer worden er niet beter op. Daarnaast baart de afdaling van de ijswand me we wat zorgen en is een beklimming van een berg altijd mooier als de route terug niet gelijk is aan de heenroute. De graat is de kortste weg naar de col en met zijn PD-quotatie mag hij ons geen problemen opleveren. Wikke denkt daar ook zo over. We verlaten het rotsplateau op de top en lopen NNW en links van een flauwe sneeuwgraat. Arête de la Gouille speelt nog verstoppertje achter het topsneeuwveld. De sneeuw is al papperig. Plots gaat de sneeuwgraat over in een sneeuwveld (ongeveer op 3630m), we buigen naar het NO op zoek naar arête de la Gouille.
Ik ben blij dat we de rotsgraat bereiken. Toch wordt deze euforie snel getemperd. De graat is gemakkelijk maar bestaat uit veel los gesteente dat vaak wegschuift als je het belast. Vooral Wim heeft hier problemen mee en dat kost ons wat extra tijd. Maar het goede weer blijft stabiel en we nemen dan ook deze extra tijd om veilig te kunnen afdalen.
bron: www.velan.ch De graat bestaat uit drie stukken. A. 3580m => 3400m: steile passages met wat rotstorens. Eindigt in een sneeuwcol met NO een sneeuwcouloir tot op Glacier de Valsorey. B. 3400m => 3252m: eerst een toren beklimmen daarna verder dalen. Het terrein wordt iets makkelijker. C. 3252m => 3150m: over losse stenen makkelijk tot aan Col de la Gouille.
Meer dan 10 uur na ons vertrek uit de hut staan we terug op Col de la Gouille. Het laatste stuk van de wand dalen we af in rappel. We binden ons terug in en steken over Glacier de Tseudet terug naar Cabane du Vélan. Om 17 uur staan we op het terras en bestellen liters drank en hopen rösti. Na onze avondmaaltijd pakken we in en dalen we af. Met Wim kijk ik nog eens terug op onze beklimming. Wikke volgt iets later. Wat is het toch mooi om een jaar of langer te kunnen uitkijken naar een beklimming die je zo graag wil maken. Wat is het toch mooi om terug te kijken naar een geslaagde beklimming over een route die nog mooier was dan je durfde dromen. Bedankt Wikke en Wim, het was een memorabele "day out there".
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De Route
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
TIJDSCHEMA
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Nuttige links
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:
Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom! Gewoon even mailen!
Copyright © 1998 - 2008 Jeroen Caers Laatste update: 30 maart 2010 |