
| 17 juli 1997, 5.26
uur. Mijn lichaam rilt, langzaam past het zich aan aan de koude en de snijdende wind die op de col heerst. Aan de hemel hangen wolkensluiers, vooral iets ten noorden van de Dent Blanche. Ik sta ongeduldig te wachten, ook al doet iedereen zijn uiterste best om zich tijdig in de cordée in te pikken. Mijn horloge duidt een hoogte van 3280m aan als ik om 5u26 mijn plastic bergschoen voor het eerst op de gletsjer zet. Ik weet dat ik snel moet zijn, "het" hangt in de lucht. Maar de sneeuw is hard omwille van de koude en het nog vroege uur en dat maakt dat we gelukkig snel kunnen vorderen. Ik schrik van een gigantische kloof die plots voor me opduikt. Gelukkig kan ik deze langs rechts gemakkelijk passeren. Als ik achterom kijk, zie ik zon twintig zwetende en genietende gezichten van de leden van het Sint-Jozefcollege uit Turnhout waarvoor ik deze beklimming gids. We zijn op weg naar la Tête Blanche (3724m), niet meer dan een sneeuwheuvel te midden van imposante vierduizenders, een décor dat deze berg haast nietig verklaart. Een trend van de laatste jaren is dat vele klimmers, die de avond voordien in de cabane pronkten met hun "high-tech" uitrusting, nu wachten tot er iemand vertrekt en dan gewoonweg volgen. Onzelfstandig "klimmen" noemt men dat. Met Kris, die vlak achter me loopt, praat ik voortdurend over het opkomende slechte weer. Hij is het volkomen met me eens, we moeten snel vorderen. Ik stel een deadline op 7u30. Dan wil ik absoluut op de top staan. Anders draai ik om, ook al ben ik met de groep slechts twintig meter onder de top. De wolken zetten op van het noorden richting oosten. De opkomende zon heeft moeite om met zijn felle stralen door de wolken te breken. Alles is wazig, spookachtig, een nooit geziene hemel. Prachtig, maar tevens levensgevaarlijk.
Het is 7u26 als ik mijn pickel op
de top plaats en Kris een hand geef. We feliciteren de deelnemers. Wim voegt de derde en
laatste cordée van onze groep op de top. We staan er allemaal op, een puike prestatie!
Vijf minuten krijgen de deelnemers om snel wat kiekjes te nemen, iets te eten en te
drinken.
Wim en ik op te top met achter ons de Matterhorn (links) & de Dent d'Hérens (rechts).
Het gevaarlijkste is wel gepasseerd, maar we moeten nu nog snel hoogte verliezen, hetgeen in een strak tempo gebeurt. We zijn een half uur verwijderd van ons heem in Arolla wanneer een eerste bliksemschicht het dal verlicht. Mijn pas wordt er niet langzamer op. Gelukkig zijn we nu op 2000m en niet meer op 3300m. We krijgen een warm onthaal van de achterblijvers maar ik voel me koud vanbinnen want ik moet nog steeds denken aan de mensen die daar nog op die berg zijn. Hebben ze het weer goed en tijdig geanalyseerd ? Zou iedereen in veiligheid zijn of spelen zich daarboven nog beangstigende taferelen af ? Allerlei gelijkaardige vragen flitsen door mijn geest.Ik ga op mijn bed liggen en slaap de namiddag door. Ik ben doodop van concentratie. Ik kan toch goed slapen ondanks de alles verlichtende bliksemschichten en de oorverdovende donderslagen. 21 juli 1997, ik beslis terug mee met de groep naar huis te gaan. De condities laten het niet toe om op grote hoogte nog veilig te klimmen. Pakken sneeuw en nog steeds onstabiel weer dwingen me terug te reizen. Afscheid is een beetje sterven, het geeft een raar gevoel vanbinnen. Ik wil hier blijven maar moet toch weg. De paradox in mezelf. In de bus duik ik stilletjes in mijn zetel en de film van een mooie, maar moeilijke reis speelt zich af in mijn geest. Luxemburg is zoals steeds de laatste stopplaats voor België. Verkrampt tracht ik me een weg uit de bus te banen. Ik sta nog maar net buiten of er loopt een deelnemer naar me toe met een krant in de hand, duidelijk opgewonden. « Wat is er nu weer in ons apenland gebeurd ? » roep ik hem toe. « Er zijn 3 belgen verongelukt op de Tête Blanche !» Ik snel het kioskje binnen, scharrel een krant beet en in een mum van tijd zit ik terug op mijn zetel. Mijn ontsteltenis is compleet wanneer ik lees : « Drie Waaslanders, de 53-jarige Arnold De Moor en zijn twee zonen Dirk (23) en Erik (21) uit De Klinge, zijn van uitputting en extreme koude om het leven gekomen tijdens een sneeuwstorm op de gletsjer Ferpècle in het Zwitserse kanton Wallis. Door de hevige sneeuwstorm geraakten ze gedesoriënteerd. Helemaal verdwaald zijn ze daarop noodgedwongen de moordende nacht ingetrokken. Uitgeput aan honger en bittere koude zijn de onfortuinlijke bergbeklimmers vrijdag bezweken. »
Krantenknipsel uit "Le Nouvelliste" van 21 juli 1997. Het is stil in de bus wanneer we aan de laatste etappe richting Turnhout beginnen. De meesten zitten verscholen achter een krant. De gebruikelijke sfeer (« We zijn er bijna ») valt weg. Iedereen weet nu dat de dood dichtbij was. Door de situatie goed te analyseren en het stellen van een deadline leek het voor de deelnemers alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Nu worden ook zij een beetje geconfronteerd met het noodweer waaraan ze zojuist ontsnapten. Thuis heb ik er veel artikels over gelezen. De bergsport werd nog maar eens in het verkeerde daglicht gezet. Want toont de pers ooit belangstelling voor een bergsportverhaal als er geen doden bij zijn gevallen? En dan krijg je, als bergbeklimmer, voortdurend dezelfde reacties van kennissen en familie : « Zie je wel dat het een gevaarlijke sport is », « weeral doden in de bergen », « jullie spelen met je leven », Toch is het niet slecht dat zon zaken in de pers verschijnen. Het is misschien een goed middel om de mensen ervan te overtuigen dat de bergen niet enkel de schilderachtige omgeving zijn van op de postkaart. Er werd ook veel onzin geschreven. Zo zou het maar een tochtje voor tieners zijn. Een tocht waarvoor je zelfs geen uitrusting nodig hebt, Dit bewijst nogmaals de onwetendheid van de meeste mensen als het gaat over wandelen en klimmen in de bergen. |
| 9
juli 2005
Jongeren begeleiden op tocht tussen de alpenreuzen is een hele uitdaging.
Ook als ervaren bergbeklimmer. Je bent plots zo sterk als de zwakste schakel
en deze schakel is zo zwak als de groep zelf toelaat. Als goede manager weet
je dan dat de groepssfeer primeert op kamp. Tim Joppen en de leidingploeg
toveren die sfeer tevoorschijn met vele creatieve spelen, een uitdagend
kampthema, een spannende quiz, enz. Voeg daarbij nog vele gezellige en
deugddoende babbels en je krijgt een hecht team. De magen moeten goed gevuld
worden door de kookploeg. Sarah, Joke en Dirk koken de volste en heerlijkste
maaltijden bij mekaar. Tijdens de avondformatie en op de vooravond van onze
tweedaagse naar de Tête Blanche weet ik dat het goed zit. Enkel het weer kan
onze plannen nog flink dwarsbomen. Met de spanning op hun gezichten, maar
uitkijkend naar het avontuur van morgen, kruipen de leden onder de wol ...
Na wat klimmen bereiken we Plan de Bertol, een herdershutje op 2670 m boven de zeespiegel. Tussen de wolken herkennen we al de Cabane de Bertol. Sommige monden vallen open van verbazing. De Cabane de Bertol is een arendsnest hoog tegen een rotspijler. Je bereikt ze door een steile klim over een gletsjer tot op een col. Daarna brengt een aaneenschakeling van ladders en kettingen je tot in de hut. We brengen er de nacht door ...
Om 4.30 uur worden alle vrijwilligers voor de Tête Blanche gewekt. Dertig (!) minuten later staat iedereen onderaan de ladders op zijn plaats in de cordée (een bergtouw dat de leden verbindt om zo veilig een gletsjer over te kunnen steken). Het weer is erg wisselvallig. Er valt nog geen neerslag, maar de wolken proberen zich te groeperen om hun lading over ons uit te strooien. In een lange sliert wandelen we over de bevroren sneeuwlaag van de gletsjer ...
De groep is sterk en de beklimming vlot erg snel. Als eersten bereiken we die dag de top van Tête Blanche. Voor mezelf de zoveelste maal, maar ik geniet nog altijd. Niet zozeer meer van de tocht zelf, maar wel van de leerlingen die dankbaar en opgewekt genieten van hun geslaagde tocht en van zoveel natuurpracht. Gelukkig blijven de bergen altijd bestaan ... Uiteindelijk bereiken we veilig terug ons heem. |
||||||||||||||||||||||||
25
mei 2006Ik ben weeral in mijn geliefde pensionnetje in La Gouille. Met Vinnie droom ik ervan om eens hoog te gaan me sneeuwschoenen. Boven La Gouille ligt Cabane de Bertol en de Tête Blanche. Zwaar maar haalbaar en uitdagend, dat lijkt ons een goed plan. We zijn om 9u op pad. Ikzelf heb me een paar MSR-sneeuwschoenen (Denali Evo Ascent) aangeschaft. Nieuw aan die dingen is de geweldige stijgbeugel. We nemen de winterroute over Haut Glacier d'Arolla en steken zo door naar Plan de Bertol. Hier wijzen blauwe vlaggetjes ons de weg naar de hut. Alles is wit. Het is stil en prachtig. We strompelen de hut binnen. Vinnie is nog niet zo lang terug aan het trainen en is stik kapot. Wanneer ik de deur van het winterraum opengooi, schrik ik een hoedje. Voor mij staat een bonk van een man die ik goed ken uit de boeken en van verhalen. Het is Himalayaklimmer en berggids André Georges. André beklom 9 8000ers en samen met Loretan 33 4000ers in 18 dagen. De Dent Blanche is zijn berg. Hij reageert maar heel koeltjes. Ik had ook niks anders verwacht. Hij sukkelt blijkbaar al even met het kacheltje en dat zint hem niet. Vinnie komt geniaal uit de hoek. Hij heeft speciale aanmaakblokjes bij voor survivors. We rammen deze in het kacheltje en het ding staat onmiddellijk te gloeien. Ook de sfeer tussen André Georges en zijn klanten, een oud Zwitsers koppeltje, is al veel warmer. We bieden hen aan om eerst te koken maar ze gaan liever nog wat slapen. Wij starten dan onze keuken. We hebben naar goede gewoonte niet gekeken op een zakje rijst en groenten en de saus heeft ons ma al in België gemaakt, verpakt en ingevroren. Vinnie komt steeds goed uit de hoek wanneer het om koken draait.
Ondanks de koele ontvangst hebben we met 5 een heel gezellige avond in het winterraum van de Bertol. Het Belgische bier en de prachtige Antwerpse stad komen vaak aan bod. We zijn de volgende dag niet gehaast. Het is toch ijskoud buiten, het weer zit goed en we moeten nog maar een dikke 300m stijgen. Om 6u staan we op Glacier du Mont Miné. We binden ons naar goede gewoonte in en gaan op weg. De sneeuw is hard en loopt voortreffelijk. Omdat Vinnie wat last heeft van zijn gehuurde sneeuwschoenen doet hij ze zelfs een heel stuk uit. Zonder diep in de sneeuw te zakken, volgt hij vlot. Om 8.15u sta ik naast het schitterende kruis. Van André Georges en zijn klanten is al geen spraken meer. Ze waren iets voor ons op ski's en dalen nu de Glacier Mont Miné af naar Ferpècle. We genieten met de wind en koude zo lang als we kunnen op de top van de Tête Blanche. Het doet deugd om in de lente zo hoog te komen. Nu nog 1800m dalen naar Arolla.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 6 &
7 juli 2009 Met meer dan 50 trekken we zwaar bepakt naar de mooist gelegen hut van de Alpen: Cabane de Bertol. Dankzij de strenge winter ligt de gletsjer nog goed dicht gesneeuwd en vinden we gemakkelijk onze weg door deze steile ijsval. Toch wordt onze euforie snel in de kiem gesmoord als we merken dat de normaalweg door de rotsen tot de hut ingestort is. De opwarming van de aarde laat ook hier sporen na. Met volle aandacht klimmen we over een alternatieve steile rotsroute met kettingen langs de oostzijde tot in de hut.
De volgende morgen gespen we onze klimgordel stevig rond ons middel en we gaan op zoek naar een plaats in de cordée, een stevig touw dat ons heel de tocht met elkaar verbindt. We pikken het touw in onze karabiner, checken elkaar en klimmen de koude nacht in. Over sneeuwbruggen, maar goed gezekerd, banen we ons een weg naar de top. Plots kunnen we niet meer hoger. We staan helemaal boven Val d'Hérens, elkaar een hand schuddend, genietend van het uitzicht. We zijn halfweg... Voorzichtig lopen we terug in onze voetsporen naar het groene dal.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
De Route
Kaart van de streek waar het ongeval gebeurde (1997). |
| GROEN: onze
route. ROOD: route van vader Arnold en zonen Dirk en Eric De Moor uit De Klinge. GEEL: Omgeving waar de drie alpinisten vrijdag dood werden gevonden. |
![]() |
AROLLA => Cabane de Bertol 1968m => 3311m 4u
|
![]() |
![]() |
![]() |
Foto links & 2 foto's hieronder: situatie in juli 2006! Omdat de gletsjer aper lag, werd er een kleine Via Ferrata (3 oranje stipjes) in de rotsbult midden in de gletsjer geïnstalleerd. Ook kwamen een aantal kloven vrij te liggen. Iets wat ik hier nog nooit had gezien.
Zie ook beklimming 2006 van de Aiguille de la Tsa
|
JULI 2006
![]() |
|
![]() |
Beklimming Tête Blanche
2009 Cabane => top = 2u15minuten
|
![]() |
|
Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:
Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom! Gewoon even mailen!
Copyright © 1998 - 2008 Jeroen Caers Laatste update: 30 maart 2010 |