Nadelhorn (4327m)

    

donderdag, 26 juli 2001

Op zoek naar het verleden

Nadat ik de derde bocht neem in de carrousel van de parking van Saas-Fee, parkeer ik mijn mobiel tussen de skiteams uit Oostenrijk, Zwitserland en Italië.  De gletsjers van Saas-Fee bieden al jaren het uitgelezen oefenterrein voor professionele  en niet alleen Zwitserse skiërs.  Via een korte omleiding, men is de parking nog aan het vergroten, bereiken we de rand van het dorp.  Met onze zware bergschoenen aan de voeten en met weeral een zware rugzak op onze rug lopen we Saas-Fee binnen: het dorp dat gebouwd is in een grote kom omgeven door hoge ontastbaar lijkende vierduizenders.  Voor ons zien we La Ferme.  Een typisch Zwitsers restaurant waar men heerlijke inheemse spijzen bereidt.  We spreken onmiddellijk af om na een geslaagde beklimming van de Nadelhorn daar een fondue Chinoise à volonté te verorberen.  De motivatie bereikt nóg grotere hoogten.  Het weer zit mee en de sneeuwcondities lijken uitstekend. 

Vinnie en ik wandelen richting het liftje dat ons enkele minuten later op Hannigalp afzet.  Dan wachten er nog 1000 zware hoogtemeters tot in de Mischabelhütte.  We steken gezwind de Torrenbach en de Triftbach over, twee riviertjes die smeltwater afvoeren van de Hohbalmgletscher.  Onder ons hebben we een goed zicht op Saas-Fee.  Een aantal foto’s uit een boek dat ik van Omer Bauwens kreeg, komen mij voor de geest.  Dankzij bijvoorbeeld Omer Bauwens loop ik nu dit bergdorp in en ben ik nu op weg naar de Nadelhorn.  Omer en zijn vrouw Lieve hebben duizenden Vlamingen en Walen met uitzonderlijke gastvrijheid ontvangen in Wallis.  We kregen steeds een gezellig kamphuis in Val d’Hérens, Val d’Anniviers en later ook het Saastal en een overvloed aan krachtvoedsel om tien dagen bergkampen te kunnen organiseren.  Enkele dagen geleden sloot ik zo mijn 24ste kamp af.  De kampen hebben me bewust gemaakt van de Zwitserse natuur, hebben me de kracht van zo’n Alpentop laten inzien, ze hebben me de goesting gegeven deze streek te exploreren, ze hebben me tot de mens gemaakt die ik nu ben.  Een mens die thuishoort in deze bergwereld. 

 

Omer en Lieve organiseren dit jaar hun laatste Zwitserlandkampen.  Twee jaar geleden beslisten ze om af te bouwen nadat ze merkten dat de leeftijd ook op hen inpakt kreeg.  Joke en ik kregen de kans om de Jeugdkampen Zwitserland over te nemen, maar de monsterorganisatie én de verantwoordelijkheid van deze job deden ons anders beslissen.  21 juli 2001 ontving ik uit de handen van Omer en Lieve het laatste boek als stichter van JKZ met hun appreciatie erin.  Het bezorgt me een krop in de keel.  De organisatie gaat over in JEKA.  Bedankt Omer en Lieve voor alles wat we van jullie ontvingen!

Het boek draagt de mooie titel: “Erinnern Sie Sich Saas?”.  Tientallen postkaarten moeten de lezer van het boek een beeld geven over de goede oude tijd waar niemand naar terug wil.  Ik tracht één van de postkaarten op de beginbladzijden goed voor de geest te halen en te vergelijken met het huidige landschap.

 

Saas Fee 1800

Saas Fee 2001

Ik bekijk de Feegletsjer.  Ik teken een denkbeeldige lijn door het landschap.  Deze lijn stelt de voet van de gletsjer voor.  Ik bekijk de Allalinhorn en de Alphubel.  Ik kleur in gedachte delen van de rots wit.  Ik veeg mijmerend een hoop huizen, hotels en skiliften weg uit het bestaande landschap.  Het beeld dat ik nu heb, hou ik vast.  Zo moet het vroeger geweest zijn.  De goede oude tijd waar niemand naar terug wil.  De tijd toen de eerste mensen bergen gingen beklimmen omwille van wetenschappelijke doeleinden.  De tijd toen veel bergen hun onoverwinnelijkheid verloren.  Een pionier uit Saas-Fee is Matthias Zurbriggen. 

 

In dit godverlaten Saas-Fee leefde Johann Zurbriggen, de schoenmaker van het dorp.  Zijn gezin telde zevenhoofden, waaronder Matthias.  De zaken gingen slecht.  Maar wat wil je in een dorp met 137 inwoners waar de helft zich geen schoenen kan permitteren.  In 1857 verhuisde het gezinnetje, 7 leden tellend, van Johann naar Macugnaga, aan de zuidkant van de Monte Moro en de Monte Rosa.  Je verdiende in de ertsmijn evenveel in één maand dan gedurende een half jaar in Saas-Fee.  De jaren gingen voorbij.  Op een gegeven dag kwam  Johann niet op het gewone uur thuis.  Neerstortende steenblokken hadden hem vermorzeld. 

Al vroeg aan zelfstandigheid gewend gaat de veertienjarige Matthias naar Sierre waar hij werk vindt.  Daarna vinden we hem terug in de kopermijnen van Anniviers, weer later als arbeider bij de bouw van de Lötschenbergtunnel.  Op zijn drieëntwintigste neemt Matthias een kruidenierswinkel over.  Maar hij is daar niet mee tevreden.  Matthias neemt touw en pickel en gaat de oostwand van de Monte Rosa te lijf.  Tientallen malen bewong hij deze wand.  In korte tijd is hij op alle toppen van de West-Alpen goed thuis.  De zomer van het jaar 1887 was in Wallis zo slecht als nooit tevoren.  De sneeuw reikte tot aan Schwarzsee.  Toch kwamen er twee Engelsen, Conway & Fitzgerald, om de Matterhorn te beklimmen.  Alle gidsen schudden het hoofd behalve Zurbriggen: “We kunnen toch eens proberen?  Proberen gaat boven het studeren!”.

De volgende dag ziet de waard van Seiler met zijn verrekijker drie gedaanten op de top.  “Het is toch een verduivelde knaap, die jongen uit Saas-Fee!”, morden de gidsen uit Saas-Fee.  De ster van Zurbriggen stijgt.  Conway en Fitzegerald hadden hun gids op de Matterhorn niet vergeten.  Ze stuurden hem in 1892 een uitnodiging om hen naar de Himalaya te vergezellen.  Zestien toppen van meer dan 5000 m en ook de 7030 m hoge Pioneer Peak beklimmen ze.  Een zomer later was Conway met Zurbriggen in het Mont-Blancgebied.  Daar viel op een graat van de Vallée Blanche de beroemde, mooie pickel uit Zurbriggens hand, stortte langs de steile ijswanden de diepte in en verdween in één van de ontelbare gletsjerspleten. 

In 1894 bestijgt Zurbriggen met Fitzgerald voor de eerste maal de Mount Cook te Nieuw-Zeeland.

In 1896 vaart Zurbriggen weer de oceaan over.  Het doel: de Aconcagua.  Eerst werd de geweldige piramide van de enorme Chimborazo beklommen, met als eerste beklimmer Edward Whymper in 1880.  Op 23 december 1896 begint de aanloop vanuit Puento del Inca.  De expeditie voelt zich ijzersterk maar het zou iets anders uitpakken.  Fitzgerald wordt hoogteziek samen met enkele dragers.  Ze keren terug.  Er volgt een nieuwe poging op 9 januari.  Fitzgerald begeeft opnieuw.  Ook Zurbriggen lijdt sterk onder de koude en de ijle lucht.  Hij kan nog net bevriezingen voorkomen.  Of het leed nog niet zwaar genoeg is, steekt er nog een storm op, die woedt over de ijshellingen van de Aconcagua.  Ontmoedigt en uitgeput keren de verslagen mannen terug.  Beneden bij de tenten komen ze weer bij.  Bij het bevel: “Tenten afbreken!”, knarst hij met zijn tanden, vloekt en gaat naar Fitzgerald.  “Sir, ik zou het nog graag één keer proberen!”, vraagt Zurbriggen.  “Zurbriggen, ik kan uw verzoek niet afslaan.”, luidt Fitzgeralds antwoord.  Drie dagen later bereikt Matthias Zurbriggen de hoogste top van de Andes en van het Amerikaanse continent. 

Snel na zijn thuiskomst, gidst Zurbriggen weer in het Mont-Blancgebied.  Na een beklimming van Aiguille du Midi, daalden Zurbriggen en zijn klant af langs Vallée Blanche.  Ineens stonden ze voor een immense kloof.  Er was geen weg terug dus besloten ze af te dalen in de kloof en er langs de andere kant weer uit te klimmen.  Op de bodem van de kloof stuitte ze op een hard voorwerp.  Zurbriggen haalt het voorwerp uit het ijs.  Het is zijn verloren pickel.  Dit verhaal lijkt een sprookje maar is toch echt gebeurd. 

 

Op 20 juni 1917 nam Matthias Zurbriggen, 62 jaar oud, één der grootste en meest bewonderenswaardige gidsen, vrijwillig afscheid van het leven.  Ongrijpbaar voor ieder die hem kende en naar waarde schatte.  (Uit: Van Mont Blanc tot Mount Everest, Luis Trenker, Albini)

 

Nog vóór we op de graat komen, ontdekken we een klein, goudkleurig Mariabeeldje in de rotswand.  Op de sokkel staat geschreven: “Beschütze Uns”.  Een uitgelezen plek om even te verpozen en de schepper van dit moois waarin wij rondwandelen en klimmen te bedanken.  Van thuis uit kreeg ik een katholieke opvoeding.  Maar het was mijn leermeester in de bergen die me ook leerde Onze Lieve Heer te bedanken voor deze bergwereld en voor een veilige en nooit te vergeten dag in de bergen.  Deze gewoonte ben ik blijven aanhouden en het sterkt mij als klimmer en wandelaar in de bergen.  Stilstaan bij het leven in de bergen kan echt geen kwaad. 

Na deze geïnspireerde en deugddoende break lopen we verder tot onderaan de rotsgraat waarop de Mischabelhütte is gebouwd.  Ik druk me tegen de wand en haal mijn rugzak van mijn schouders.  Ik grijp naar mijn helm en bescherm mijn hoofd tegen mogelijk vallende stenen.  Op de graat is het steenslaggevaar erg klein maar toch dijk ik het gevaar hier graag helemaal in.  De instijg daarentegen is wel steenslaggevaarlijk.  Een aantal keer kronkelt het paadje, dat in erg brokkelig terrein loopt, recht boven je hoofd omhoog.  Iets verder passeren we een gezinnetje van vier.  Ze dalen af.  Ook boven ons bevinden zich nog veel toeristen.  Plots kletsen de stenen op mijn helm.  Ik maak me innerlijk kwaad in heel de situatie maar vervolg zwijgend mijn weg.  Niemand lijkt het gevaar op te merken.  Sterker nog.  Men staart ons met grote ogen aan als ze onze helmen zien.  Pretentieuze alpinisten zie ik ze denken.  Op verantwoorde manier neem ik de kettingen vast op de graat en vervolg ik mijn weg.  Genietend van elke opwaartse stap vorderen we tot bij de hut.  Dit alpien pas is vermoeiend en uitdagend.

De vriendelijke hüttenwirt steekt zijn hoofd met spierwitte haardos uit het luik van de keuken.  Alle klimmers zitten in de refter en kijken ongeduldig in zijn richting.  “Jéroooeeen”, galmt het door de eetzaal.  Ik sta recht.  Alle blikken worden op mij gericht.  Ze vragen zich waarschijnlijk af vanwaar ik zo’n mooie achternaam heb.  Weer een Hollander?  Er wordt me een dienblad met twee hete soepen op toegeschoven.  Ik bedank de wirt en begeef me heel voorzichtig terug naar mijn plaats.  We genieten van de hete soep.  Nog tweemaal mag ik tot bij de wirt komen voor de warme maaltijd en het dessert.  Bij elke afroeping schieten we in de lach. 

Ik loop via de houten trap naar het materiaalhok onder de eetzaal.  In de deuropening die naar buiten uitgeeft houd ik halt.  Het regent en in de verte woedt een stevig onweer.  Door de mistsluiers zie ik nog net de lichtjes van Saas-Fee.  De toeristen hebben zich prachtig uitgedost en naar het diner begeven.  Keuvelend over hun gemaakte wandeling en beleefde avonturen geraken ze door hun gangenmenu.  Zou er iemand vanuit Saas-Fee nu naar boven kijken en het lichtje van de Mischabelhütte ontdekken.  Ik doorprik deze gedachte met de constatering dat ik hier gelukkiger ben dan daar.  Vinnie en ik trekken ons terug in de beddenbak waar haast meer ruimte is dan in de eetzaal of op het huttenterras.  We vallen vroeg in slaap, waarschijnlijk dromend van opklaringen.

Links en rechts passeren er ons klimmers.  Iedereen heeft haast.  Het lijkt wel een wedstrijd.  We staan iets onder het punt waar we rechts van de graat op de Hohbalmgletscher komen (3550 meter).  We staan onder een harde sneeuwplek waarvan je gemakkelijk af kan glijden zonder stijgijzers.  Alle klimmers nemen verschillende beslissingen.  Sommige gaan door zonder stijgijzers, andere binden stijgijzers aan.  Ik vraag Vinnie het touw en de klimgordel boven te halen.  We binden ons in en klimmen zo tot 3600 meter.  Een tiental minuten later staan we op de Hohbalmgletscher en laten we alle klimmers achter ons.  Deze zitten nu terug in de sneeuw en nemen ook hun touw en gordel.  Door deze routekennis winnen we een kwartiertje en hoeven we niet in een horde van klimmers naar de top te lopen.  Vinnie trekt kop tot op Windjoch waar we als eerste touwgroep aankomen. 

 

Weer gaan mijn gedachten op zoek in het verleden.  Ik zie hoe ik met Wim Roelants even vlot dit Windjoch bereikte.  Terwijl ik vol enthousiasme sprak over het vervolg van de route liet Wim weten dat hij niet verder wilde en dat ik alleen mocht.  Om de teleurstelling te verdrijven, ben ik ook verder geklommen.  Ik keek vaak achterom.  Wim werd kleiner en kleiner en na zekere tijd herleid tot een geel puntje dat ijzig kalm en stil bleef zitten.  Op de vierduizendmetergrens kwam ik tot stilstand.  Externe factoren zoals angst om te vallen, angst om solo de kathedraal (topstuk) te beklimmen, het nieuwe van soloklimmen, de plotse beslissing van Wim en de waaromvraag hierover, kregen de bovenhand en het genieten van de weg naar de top werd helemaal verdrongen.  Ik zette me neer en keek naar de Balfrin Hoeveel mooier was zijn beklimming?  Ik mag nu niet verder gaan.  De laatste tweehonderd hoogtemeters naar de kathedraal en de beklimming ervan laat ik liggen om met iemand anders in de toekomst te delen.  Wim pikte terug aan.  Van het vervolg kan ik me niet veel meer herinneren.  Alleen dat ik Wim nooit heb kwalijk genomen te hebben afgehaakt, weet ik zeker.

 

De condities van de graat staan in schril contrast met deze uit 1999.  Ik zou er nu niet aan denken om alleen naar boven te lopen.  De sneeuw is keihard bevroren.  We lopen rechts van de graat.  Zo omzeilen we de rotseilandjes op de top van de graat.  Deze zijn echter goed te overschrijden, maar nu zijn ze bedekt met sneeuw en ijs.  Het spoor naar de top is slechts twintig centimeter breed.  Alleen een Nederlands koppel klimt voor ons op de graat.  Meer dan vijftig klimmers volgen ons naar de top van de Nadelhorn.  Links zie ik verschillende klimmers in de noordoostwand van de Lenzspitez hangen en rechts lopen verschillende touwgroepen over de Riedgletscher naar Dirrujoch.  Ik kan nu al de chaos voorspellen die we op de kathedraal onvermijdelijk gaan krijgen.  Om 7.30 uur bereiken we de voet van de kathedraal.  De rotsen zijn ook hier met ijs bedekt en erg glad.  Net voor de top, maar bijna op dezelfde hoogte, vinden we een geschikt plaatsje om te parkeren.  We hebben nu een prachtig uitzicht op de grote noordflank van de Dom.  Het Hollands koppeltje wenst ons een leuk topmoment toe.  Ondertussen staat er een Engelse touwgroep, die ons voor de top passeerde, te glunderen op het hoogste punt.  Ze nemen hun tijd.  Alle touwgroepen schuiven door richting top.  De kathedraal wordt erg druk bevolkt nu en er zijn maar weinig veilige standplaatsen.  Resoluut nemen we plaats naast het mooie topkruis.  Even een foto en dan maar weer weg.  Met veel aandacht zorgen we ervoor dat ons touw nergens mee in de war geraakt.  Heel voorzichtig daal ik af.  Het is wringen, wachten, kijken, bewegen door een kluwen van klimmers.  Het lijkt alsof er geen discipline meer is boven een bepaalde hoogte.  Er valt een handschoen.  Deze schuift over de ijzige sneeuwflank naar beneden en duikt in een grote kloof van de Riedgletscher.  Als de tochtgenoten van de onfortuinlijke vrouw haar dan moeten tegen houden omdat ze die handschoen wil gaan halen, weten we wat voor ervaren klimmers er weer tussen lopen.  Het kost ons een halfuur om 45 meter af te dalen.  We slaken een kreet van opluchting.  Wat een benarde situatie.  Zoveel mensen op zo’n klein stukje, gladde topgraat!  Waarom dringen klimmers elkaar zo in het nauw en creëren ze zo uiterst gevaarlijke situaties?  Ik heb niet echt genoten van het topmoment.  Ik zou je zelfs niet kunnen zeggen hoe de graat naar de Lenzspitze er uitziet.  Ik heb hem nauwelijks onder ogen gehad.  Gelukkig voor de Mont-Blancklimmers is deze top zo groot als de helft van een voetbalveld.  Maar wat voor situaties krijg je wel niet op de Matterhorn?  Ik walg ervan als ik er aan denk. 

 

Deze situatie en de nooit eerder ervaren sneeuwcondities laten indruk na bij Vinnie.  Het gaat trager dan gewoonlijk.  Ik maak me er niet druk om.  Zelf moet ik ook uitkijken dat ik niet met een stijgijzer in mijn broek stap waardoor ik mijn evenwicht kan verliezen.  Het zou fataal kunnen zijn.  Ik geef Vinnie tijd, moedig hem aan en soms trek ik de aandacht weg en genieten we samen van onze route over de Balfrin en de Gross Biegerhorn die vlak voor ons liggen.  Hoe meer we zakken over het gladde, schuine en smalle sneeuwspoor, hoe meer beheersing er bij Vinnie komt en hoe vlotter het gaat.  Snel en veilig klimmen heeft veel te maken met ervaring opdoen. 

Glunderend zitten we aan tafel waarop een pot heet vet staat.  Rond de pot bevinden zich wel acht sausjes op een draaiplateau.  Met de nodige nauwkeurigheid prik ik een flinterdun stukje vlees aan mijn vork en sop het in het vet.  Ik geef een ruk aan het draaiplateau.  Een geel sausje stopt voor mijn neus.  Eens proberen! Curry?  Ik vul mijn bord met fruit, groenten en frieten.  Vinnie voert even gretig deze voorbereidingen van ons eetfestijn uit.  Het eerste stukje vlees van een lange reeks wordt in het hete vet gedompeld.  Telkens ik een sausje draai stopt de looksaus voor mijn neus.  Pas bij mijn laatste draai, besef ik dat Vinnie het draaiplateau met zijn hand saboteert.  Ik stink naar de looksaus die ik niet geblust krijg met de bouillon-sherry.

 

 

De Route

Vertrekpunt: Mischabelhütte

Tijd: 4 uur voor de beklimming.

Eerste beklimming: Franz Andenmatten, Baptiste Epiney, Aloys Supersaxo, J. Zimmerman, 16 september 1858.

Nadel = aiguille = naald.  Deze normaalroute over de noordoost graat is afwisselend en zonder veel moeilijkheden.  Maar alle hoogtemeters boven de 4000m zijn niet te onderschatten.  De condities van de graat kunnen variëren van sneeuw, ijs, rots of mixed.  Tijdens onze beklimming lag er een laagje pulversneeuw over keiharde sneeuw.  Het topgedeelte bestaat uit gemakkelijke rots en wordt ook wel de kathedraal genoemd.  Het voornaamste gevaar aan deze passage is dat je door andere klimmers van deze passage wordt geduwd.  Vroeg vertrekken en als eerste touwgroep op de top komen is het meest aangenaam.  

 

 

Nuttige links

Saas Fee   (prachtig gelegen hut met vriendelijke gardien)

 

Mischabelhuette   (prachtig gelegen hut met vriendelijke gardien)

 

 

 

 

 

 

 

Mischabelhütte, 1902

 

Klimschema

3.54 uur

3380 m

Hut

5.00 uur

3665 m

Gletsjer

5.30 uur

3850 m

Windjoch

7.30 uur

4255 m

Topgraat

7.45 uur

4290 m

Top

8.00 uur

4290 m

Top

8.30 uur

4245 m

Topgraat

9.30 uur

3920 m

Windjoch

10.45 uur

3380 m

Hut

Mischabelhütte, 2001

 

Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom!

Gewoon even mailen!

jeroencaers@gmail.com


Copyright © 1998 - 2008  Jeroen Caers

Laatste update: 30 maart 2010