
| Lagginhorn (4010m) |
|
In
het midden van Saas-Fee vind je de kerk, die vrij modern is en dateert van
1963.
Naast de kerk st Op 20 december 1849 probeerde de pastoor voor de eerste maal op twee planken van Saas-Fee naar Saas-Grund te glijden. Dit was de eerste maal dat men probeerde te skiën in de Alpen. 27 augustus 1856 was voor Imseng ook een grote dag. Op het moment dat hij net vijftig jaar werd, leidde hij een cordée van acht klimmers voor de eerste keer over de westelijke graat van de Lagginhorn. Deze route is nog steeds de normaalroute naar de top van deze berg en het blijft ook vandaag nog een zeer lonende beklimming.
Ons verhaal (Wim Roelants, Wim & Valerie Van Rhijn en Jeroen Caers) begint 142 jaar later. De berg staat nog op dezelfde plaats, de gneissblokken vertonen al wel heel wat littekens van stijgijzers, de Lagginhorngletsjer is verbazingwekkend afgesmolten en de top heeft een sober, metalen topkruis gekregen. We willen deze berg beklimmen in de voetsporen van priester Johann Imseng, maar afdalen via de gletsjer (variante). Klik op de kaart om de route goed te kunnen bekijken.
Ik leer mijn tochtgenoten Derborence, een ongerepte Wallisvallei, kennen. We vatten er het plan op om de Lagginhorn te bestijgen terwijl we picknicken op één van de grote rotsblokken naast het Lac de Derborence. Even later bereiden we een avondmaaltijd op de bank naast Hohsaas. Hohsaas is het eindstation, het verste punt vanuit Saas-Grund. Het gebouw waar de bakjes rechtsomkeer maken naar Saas-Grund, heeft ook een twintigtal slaapplaatsen voor toeristen en alpinisten. Naast dit gebouw staat ook nog een restaurant. Vooral het zonneterras met zicht op de normaalroute van de Weissmies is erg interessant. Maar je kan even goed vanuit de Weissmieshütte vertrekken (zie kaart). Het nadeel van Hohsaas is dat je eventueel na de beklimming nog spullen of verwanten moet oppikken alvorens af te dalen. Hiervoor moet je terug een kleine 300 hoogtemeters stijgen.
Ik vul mijn kookpot met water voor een heerlijk warm soepje. Man zijnde, gooi ik de pot op mijn vuurtje en open het zakje met soeppoeder. Als het water bijna het kookpunt bereikt, voeg ik het poeder toe. Tot mijn grote verbazing merk ik dat het poeder gewoon op het water blijft drijven. Misschien toch maar eens de gebruiksaanwijzing lezen. "Wim, kan het zijn dat dit poeder alleen mengbaar is met koud water?" Even later koelt Wim het water terug af door de pot in, deze namiddag gevormd, smeltwater te doppen. Na heel wat scheikundige formules uit te testen, drinken we een half uur later een heerlijk warm soepje.
' s Avonds bezoeken we de gedenksteen van Jos Van Deun en Marcel Bastyns. Marcel en Jos zijn op 3 september 1992 naar de Weissmies getrokken. Ze zijn in slecht weer terechtgekomen en sinds de nacht van 3 op 4 september 1992 vermist. Hun lichamen zijn nooit geborgen. Ik draag onze beklimming naar de Lagginhorn graag op aan deze twee mannen uit onze streek (Turnhout), die dezelfde passie deelden. In stilte keren we terug naar onze slaapplaatsen. In onze stilte genieten de steenbokken nog van de laatste warme zonnestralen. Enig mooi om naar te kijken en te fotograferen.
We verlaten het pad en keren onze voetpunten naar de graat. Het terrein is gemakkelijk begaanbaar. Het is enkel even het juiste tempo vinden. Veel blokken schuiven weg onder je voeten maar er is een zee van ruimte. Steeds zoek je naar de ideale looplijn, waar de rotsblokken stevig op de graat liggen en waar je een ideaal stijgingspercentage hebt, afhankelijk van je tred. Ik vind deze ideale looplijn en ik win zo vlot hoogtemeters. Achter me volgen Wikke en Wim (zie foto links). Wikke en ik moeten wachten op Wim. Wanneer hij ons enigszins moeizaam nadert, vernemen we dat zijn gezondheidstoestand hem zorgen baart. Misselijkheid, hoofdpijn,...hoogteziekte? Gelukkig verkiest Wim geen risico's te nemen en onmiddellijk rechtsomkeer te maken (foto rechts). Afdalen is dan de beste remedie. Wim verkiest dit alleen te doen en gunt ons de top. We houden hem nog een kwartiertje in 't oog en zien dat het goed gaat. We klimmen naast elkaar verder naar de top van de Lagginhorn.
We kunnen het touw in de rugzak houden en toch veilig naar boven klimmen. Mijn hand raakt het sobere kruis aan. Ik neem nog snel een foto van Wikke, die onder me klimt (zie foto links). De top is erg klein. Ik hoor gejodel maar de jodelaars zie ik niet. Ik denk even aan stemmen die mijn hoofd bedwelmen op 4010 meter tot ik gelukkig de sling aan het topkruis ontdek. Ik volg de sling en kijk over de rand de oostwand in. Het gejodel klinkt nu helder. Aan het uiteinde van de sling hangt een gids met zijn klant. Het jodelen zit bij in de prijs, wij genieten mee. Honderden meters onder de gids ontdek ik het Simplondal met de Simplonpas.
We zetten na puur geluk op de top de afdaling in. We zijn verbonden door de cordée. Zonder tijdverlies wandelen we de graat af. Bijna halverwege buigen we af naar het bovenste deel van de Lagginhorngletsjer. Wikke neemt nu het voortouw. Hij waarschuwt me voor twee crevassen, die we gemakkelijk passeren, alvorens we op de morene komen. De dag is al flink gevorderd en het is broeiend heet. Er wacht ons nog een stuk over morenepuin en dan via het paadje weer 300 meter omhoog tot Hohsaas, waar Valerie en Wim ons opwachten. Het wordt een aanslag op onze fysiek maar de pint en je vrienden die je opwachten en je feliciteren op het terras van Hohsaas, doen wonderen. Rugzak wordt gepakt en de afdaling ingezet. Wikke, je bent een aangename en vertrouwbare partner. Dank je.
|
|||||||||||||||
|
Maandag, 28 juli 2003.
Ik ben samen met Wim Roelants, Wim Sap, Nick Lauvrys in de Weissmieshütte voor een beklimming van de Fletschhorn. We krijgen een ijskoude ontvangst. Het is nog nooit anders geweest in deze hut. Ze is trouwens ook steeds druk bezocht maar vormt het enige goede uitgangspunt voor een beklimming van de Fletschhorn. Tenzij je verkiest in openlucht te slapen. Na een verkenning met Wim twijfelen we aan de veiligheid van de route. De warme zomer heeft veel sneeuw doen wegsmelten en er zijn veel ijspassages ontstaan. Door de warmte is er ook een groot risico op steenslag. Met de verrekijker speuren we de couloir af die ons naar "place du déjeuner" moet leiden. De kans dat we moeten omkeren vanwege slechte condities is morgen op deze route zo groot dat we verkiezen de Lagginhorn te beklimmen. Voor de tweede keer loop ik 's nachts richting top. Ook al is het niet mijn bedoeling elke beklommen top nog eens te beklimmen, merk dat ik me weer helemaal kan opladen voor een tweede beklimming van deze berg. De kans om vandaag weer op een berg te klimmen met je vrienden hoeft geen motivatie. En vandaag krijgen we de mooiste zonsopgang van onze lange klimvakantie voorgeschoteld. De wolken hangen laag in het dal. De verse sneeuw, die afgelopen nacht viel, licht oranje en roos op. Het is een prachtig en surrealistisch.
We klimmen naar de sneeuwgrens, die zich ongeveer op 3600 m bevindt. Hier binden we ons aan het touw. We bereiken zonder moeilijkheden de top. Het kruis waar in 1998 de gids en zijn klant aanhingen staat erg los op de top. Wat gebedsvlaggetjes moeten het triestig ogende kruis wat kleur geven. In het zuiden zie ik de klimmers op de gletsjer van de Weissmies naar de top klimmen. Later hoorde ik dat gidsen uit de Saasvallei houten balken en zelfs een ladder op de gletsjer hadden geïnstalleerd omdat de route anders bijna onbeklimbaar was door een te warm voorjaar en zomer. foto links: van 3600 m tot top (4010 m). foto links onder: Vinnie bijna op top. foto rechts onder: Jeroen, Vinnie en Wim op top.
|
Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:
Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom! Gewoon even mailen!
Copyright © 1998 - 2008 Jeroen Caers Laatste update: 30 maart 2010 |