Dri Horlini (3096m - 3209m)

   

Woensdag, 4 juli 2001.

We frühstücken om 7.30 uur in de verlaten refter van de hut.  De andere klimmers zijn al even onderweg naar de Weissmies, de meest beklommen berg vanuit deze hut.  Twee sneedjes brood met 2 potjes confituur en een stukje sterke Zwitserse kaas zijn ieders deel.  Thee of koffie is er om alles door te spoelen en om het vochtgehalte van ons, nog in rust verkerende, lichaam op te krikken.  Over grote rotsblokken klauteren we naar het beginpunt van onze traverse Dri Horlini.  De gele markeringen leiden ons hier vlot naartoe.  We staan voor een schuin gelaagde rotswand die niet te steil oploopt.  We bereiken na ongeveer twaalf gemakkelijke hoogtemeters de brede rotsachtige graat met enkele grasveldjes op.  Het uitgelezen terrein voor steenbokken en het duurt dan ook niet lang of we zien er twee ontwaken.  Wanneer we ons gezicht naar de wand draaien zien we dat er een marmot als voor dood ligt.  Als we het beestje naderen schiet het plots uit de startblokken.  Het is de oudste marmot die ik ooit gezien heb.  Waarschijnlijk is hij op de leeftijd gekomen dat als voor dood liggen meer voor de hand ligt dan het hazenpad kiezen, want zijn sprint was niet overtuigend.  We vinden snel de fissure van acht à tien meter.  We klimmen, derdegraad schat ik, gelijktijdig met tien meter touw tussen ons in.   

De eerste vijf meter klimwerk verlopen erg vlot maar dan moet ik uit de fissure komen en dat is knap lastig.  Ik verbind mijn lot aan een camelot, die vlug van mijn gordel in een rotsspleet verdwijnt.  Het zekeringspunt geeft me een gemengd gevoel vanbinnen.  Wanneer ik uit de fissure klauter , bereik ik een plaats die schuin omhoog loopt.  Zo bereik ik gemakkelijk een grote rotsblok waar ik eindelijk een stevige zekering aanleg om Nick veilig bij me te krijgen.  We slikken even.  Dit was direct een pittige start.  Onze keuze voor bergschoenen heeft daar vast en zeker ook iets mee te maken.  Toch zijn we niet uit ons lood geslagen en zoeken we haastig verder naar het vervolg van onze route.  Onze neusharen en ook een beetje ons gidsje vertellen dat de route rechts loopt van een steile plaat en dan recht omhoog.  Nick klimt nu voor tot aan een boorhaak met daaronder een slaghaak.  Ze zijn met elkaar verbonden door een verduurd prusiktouwtje.  Ik denk dat ik mijn ritme heb gevonden en ik klim vlot naar Nick.  Vierdegraad klimmen met bergschoenen vraagt dan ook een serieuze aanpassing.  Ik klim Nick voorbij, traverseer naar rechts naar de voet van een tien meter hoge couloir die naar een klein colletje leidt.  Ik vind veilige grepen voor handen en voeten en ook een boorhaak, links van de couloir, waar ik graag mijn setje, met touw door, aan vasthang.  Ik bereik het colletje en ik bevestig over een grote rotsblok een grote sling.  In een barst ernaast verdwijnt een camelot om mijn naklimmer extra te beveiligen.  Wanneer ik Nick het teken geef dat hij veilig naar boven kan klimmen, ontdek ik een haak, één meter links van mijn huidige zekering.  De haak is bruin geworden en hij glinstert niet meer.  Nick klimt tot bij me en ik verleg de zekering.  Samen bekijken we het volgende traject: een overhang die langs links het makkelijkst kan overwonnen worden.

Ik vraag Nick, die aan de beurt is om voor te klimmen, of hij dit ziet zitten.  Hij wil het wel proberen maar zonder rugzak.  Die wil hij optrekken vanaf zijn standplaats boven de overhang.  Gelukkig kan ik hem er tijdig op wijzen dat hij dan het touw nooit meer tot bij mij krijgt.  Vlot klimt Nick met rugzak naar de eerste haak.  Ik geef Nick zoveel mogelijk richting –en greepaanwijzing.  Nick heeft heel wat klimtalent, maar is nog té onzeker en onervaren.  Dat zie je goed aan zijn touwbehandeling, die moeizaam verloopt. 

 Hij traverseert door een geul tot op de graat en komt links van de overhang terecht.  Omdat er maar twee grepen zijn, bevestigt hij een sling in het moeilijkste stuk zodat hij een extra steun heeft.  Artificieel maar aanvaardbaar.  Zijn twee handen glijden van de sling naar twee goede grepen waaraan hij zich met enige moeite kan optrekken, zodat ook zijn voeten in twee goede grepen komen te staan.  Hij verwijdert de sling opnieuw en dan verdwijnt Nick achter de overhang op een soort voortop van de eerste hornli.  Ik klim gemakkelijker dan verwacht naar Nick toe omdat ik wel de nodige grepen vind en zo het artificiële achterwege kan laten.  Het touw loopt strak en met voldoende tussenperioden naar boven.  Ik voel me goed gezekerd en daarom kan ik genieten van het klimmen op deze prachtige graat.  Nick zit achter twee relaishaken die door een ketting verbonden zijn. 

We hebben de moeilijkste passage van de Dri Horlini overwonnen.  Zonder grote euforie klim ik vlak boven de zuidwand voorbij de eerste Horli.  Wanneer ik twee goede zekeringspunten vind, haal ik het touw in.  Het duurt even vooraleer Nick begrijpt dat hij mag naklimmen.  Door het lange deeltraject, de wind en de verschillende gendarmes bestaat onze enige communicatie uit snokken aan het touw.  Na een poosje kan ik het touw inhalen.  De minuten verstrijken.  Mijn ogen zoeken de hemel af naar bergtoppen, maar grote cumulussen verhinderen het zicht.  Vooral de Mischabelgroep is niet meer waarneembaar. 

Al het touw ligt bijna naast me, dus kan Nick niet meer ver zijn.  Ik wil zo snel mogelijk afdalen.  Bij slecht weer zijn we een vogel voor de kat op deze graat.  Nick bereikt de top en ik vraag onmiddellijk wat hij ervan denkt.  Hij bevestigt mijn gedachten en we beslissen samen af te dalen.  Ik kijk over de rand naar de wand die steil naar beneden loopt.  Een plateautje verhindert me om het verdere verloop van de wand te bekijken.  Ik tracht een exacte plaatsbepaling te doen aan de hand van de foto in ons “bijbeltje” en onze positie ten opzichte van de Almagellerhut, die een vierhonderd meter onder onze voeten ligt.  Al beschikken we over stevige relaishaken en hebben we 100 meter touw bij ons, de onbekende factor en het aanstormende slechte weer noodzaken ons langs bekend terrein af te dalen.  We vinden dezelfde weg terug naar beneden en we maken van dezelfde standplaatsen gebruik.  Het gaat allemaal vlot tot aan de afzeil van de overhang.  Voor een aangename afzeil volgen we best het touwverloop.  Ik zie het touw over de overhangende blok lopen en dan in de ijle lucht verdwijnen.  In een mum van tijd hang ik loodrecht op de wand.  Stap voor stap daal ik af.    Wanneer mijn voeten niet meer aan de wand kunnen, hang ik in het ijle.  Rustig laat ik het touw door mijn prusikknoop lopen tot ik weer met mijn voeten aan de wand kan.  Snel sta ik aan de voet van de overhang.  De ervaring, die ik opdeed tijdens heel wat rappels van de Aiguille in Yvoir, kwam goed van pas.  Deze ervaring mist Nick nog en daarom duurt het lang vooraleer hij zijn prusik de baas kan en onderaan de overhang belandt.  Ik neem nog steeds het voortouw en daal verder af in een couloir.  Tot mijn grote ergernis vind ik de voorlaatste standplaats niet meer terug.  Tijdens het beklimmen van een route moet je even vaak naar boven kijken als naar beneden.  Ergens mis ik een stukje van de beklimming.  Na heel wat traverseetjes maak ik een zekering met een sling aan een grote rotsblok.  Nick daalt tot bij mij af en duikt dieper de couloir in om naar de standplaats te zoeken.  Als ik roep dat hij nog zeven meter touw ter beschikking heeft, roept hij:" niet meer nodig!".  Een gevoel van opluchting!  Snel sta ik naast hem.  Om wat tijd te winnen, binden we beide touwen aan elkaar en zeilen door de fissure af tot aan de voet van de graat.  Het is 14.30 uur.  We willen zo snel mogelijk naar de hut. 

De gardien vertelt me dat we het moeilijkste stuk van de overschrijding tot een goed einde hebben gebracht.  Ik vertel hem op mijn beurt dat het een goede leerschool was en dat het voor ons een surplus aan ervaring oplevert.  Het geeft me het gevoel van een volwaardige beklimming.  Het was prachtig klimmen op een graat met vaste rotsen en met een klimvriend die voor de nodige veiligheid en vriendschap zorgde.  Als het weer stabiel is, keer ik zeker en vast nog eens terug voor de twee resterende Horli's.

Wanneer we afdalen, dondert het boven het Mischabelmassief.  We namen de juiste beslissing!  Om 17.45 uur bereiken we Saas-Almagell waar we worden opgepikt door mijn moeder.

 

Jeroen...

voor de eerste Hörnli (cirkel)

voor de Dri Horlini

tussen Dri Horlini en Almagellerhütte

 

Zondag, 13 juli 2003. 

Geen enkele mislukte poging op een berg heb ik zo moeilijk kunnen vertreren als deze van de Dri Horlini in 2001.  De reden hiervoor is waarschijnlijk de pracht van de route en de kwaliteit van de rots.  Ik wilde absoluut weten welke mooie passages er achter de eerste Horli lagen.  Ik kreeg Wim Sap warm voor deze beklimming. 

De wandeling naar de Almagellerhut (foto linksonder) en de gastvrijheid die we daar telkens ervaren, neem ik er graag nog eens bij.  Voor het eerst krijgen we een slaapplaats in Mischabel-Bivak (foto rechtsonder), een groot tuinhuis achter de hut met voor het slaapvertrek een kamer met wat banken en tafels.  Er kunnen zo'n dertig klimmers slapen.  Het is er heerlijk rustig in vergelijking met de propvolle hut.  Na het avondmaal kruipen we voor een lange nacht (we hoeven immers pas rond 6 uur op) onder de lakens.

 

 

 

 

 

 

 

Na een aantal passen, krijg ik onmiddellijk een vertrouwd gevoel.  Het was net of ik gisteren hier nog liep.  Snel staan we op de graat.  Ik bind me in voor de fissure waar onze klim start.  In een mum van tijd zeker ik Vinnie (foto linksboven) met behulp van hetzelfde vaste punt als twee jaar geleden: een grote rotsblok waar net twee bandlussen rond gaan.  Ik klim voor tot één touwlengte van de overhangende blok.  Vinnie klimt voor tot op het colletje door een brede couloir.  Ook hij ziet (net zoals ik twee jaar geleden) de haak niet zitten en zekert me op een camelot en bandlus.  Ik wijs hem trots de verscholen haak en zwijg over de copy-paste-situatie.  Ook de overhang (foto linksonder) wordt vlot beklommen. 

Het is ongelooflijk hoeveel tijd je wint met een gedegen routekennis.  We zijn de enigen op de graat vandaag.  Dat maakt het alleen maar aangenamer.  Meer dan 80% van de klimmers die de nacht doorbrengen in de Almagellerhut vertrekken om 3.00 uur richting Weissmies zuidgraat.  Nog twee andere touwgroepen hangen in de zuidoostwand van de Dri Horlini. 

Voor de zoveelste dag op rij is de zon weer van de partij.  Het wordt weer een zwoele dag met tegen de avond aan kans op een fiks onweer.  Niets belet me dus om deze keer voorbij de eerste Horli te klimmen.

Het onbekende waar ik zo naar snakte ligt aan mijn voeten.  Puur genieten!

 

Foto boven: touw over scherpe graat tussen Horli I en Horli II.

Foto rechts: gendarme en Horli III.

 

Het vervolg van de graat is soms erg scherp, soms wat ijl en er zijn twee passages met een vervelende afklim.  Maar niet erg moeilijk (3de graads) en steeds in zeer betrouwbaar terrein.  Alleen de beklimming van de gendarme overstijgt licht de 3de graad.  De afdaling gebeurt in rappel en hiervan kan je welgeteld 12 meter genieten.  Er zijn twee grote ringhaken op de top van de gendarme voorzien.  Eén daarvan heeft zijn beste tijd gehad, de andere garandeert een veilige rappel.  Terwijl Vinnie rappelt  speelt het zonlicht in mijn lens van mijn fototoestel (foto onder).  Met de vrees voor een overbelichte dia duw ik toch maar op de knop waarna het toestel even de sluiter opent en het rolletje een stukje doorspoelt.

Na de rappel klim ik in één keer tot onder de top waar een prachtig kruisbeeld tegen de wand plakt (Ich danke dir).   Als ik iets verder kijk, zie ik de Mischabelgroep.  Tijdens heel de beklimming van deze graat kan je deze groep bewonderen (foto linksonder - van links naar rechts: Alphubel, Täschhorn, Dom, Lenzspitze en Nadelhorn)

Op de top staat een steenman.  Alles gaat uit.  Vinnie hangt zijn helm aan een steen op de steenman: een fotogeniek beeld (foto rechtsonder).  We grijpen allebei naar onze drinkbus en een reep chocolade.  Onze camelbacks zijn leeg.  Met zo'n camelback maak je een hele overschrijding zonder je rugzak te moeten afdoen om drinken te nemen.  Daaraast drink je constant, wat uitdroging voorkomt.  Voor mij bevordert dit drinksysteem niet alleen de veiligheid maar ook de gezondheid.  Ik zou het spul niet meer kunnen wegdenken uit mijn bergsportuitrusting.  Na een uurtje op de top genietend van de beklimming, de zon en het uitzicht stoppen we alle klimspullen in de rugzak.  De bergschoenen gaan aan de voeten en we dalen via een paadje af naar de hut. 

Ik ben een droom armer maar toch blij.  Ook Vinnie klinkt euforisch.  Het was zo'n dag waarvan je hoopt dat er nog vele gaan volgen.

 

De Route

 

Vertrekpunt: Almagellerhütte

Tijd: 4 uur voor de overschreiding

Eerste beklimming: 5 juli 1929.

Het is aan te raden om met klimschoentjes tot de 3de Horli te klimmen en dan bergschoenen aan te trekken voor het pad terug naar de hut.  Wij maakten deze beklimming echter met bergschoenen en dit is ook doenbaar maar minder

Klimtechnisch zit het moeilijkste stuk in de beklimming tot Hörnli 1 (IIIde graads met 2 passages IV).  Deze passages vragen een goede techniek en zijn niet te onderschatten.  De rotsen zijn vast en afgerond.  Er zijn voldoende haken om goed te zekeren.  De gendarme wordt afgezeild (12m - stevige haak op top gendarme).  Hierna is het echte klimwerk over.

In de ZO-wand zitten nog zestien klimroutes.  Moeilijkheidsgraad varieert tussen III en VI.  De langste route is 260m hoog.  Meer info en gedetailleerde topo vind je "GUIDE DES ALPES VALAISANNES V". 

 

 

 

 

Kies een nieuwe beklimming uit volgende categorieën:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties, vragen en suggesties i.v.m. deze site zijn altijd welkom!

Gewoon even mailen!

jeroencaers@gmail.com


Copyright © 1998 - 2008  Jeroen Caers

Laatste update: 30 maart 2010